Klein Vaarbewijs 2 · oefenvragen

Betonning en markering op ruim water: oefenvragen voor het Klein Vaarbewijs 2

12 oefenvragen over betonning en markering op ruim water, met het antwoord, de uitleg en de bron. In de app oefent u alle 66 vragen van dit onderwerp en maakt u proefexamens.

Vraag 1 van 12kvb2-L-0020

Bij nacht ziet u op een ton een wit isofaselicht met een periode van 2 seconden: 1 seconde licht, 1 seconde donker. Welke markering is dit?

  1. AEen splitsing van vaarwaters van gelijk belang.
  2. BEen markering van veilig vaarwater, het midden van de geul.
  3. CDe bakboordzijde van een haveningang.
  4. DEen noordcardinale markering.
Antwoord en uitleg

Goed is A: Een splitsing van vaarwaters van gelijk belang.

De splitsingsmarkering van vaarwaters van gelijk belang (rood-groen horizontaal gestreepte bolvormige ton met rood-groene bol) toont indien verlicht een wit snel isofaselicht met een periode van 2 s. De veilig-vaarwatermarkering is ook wit, maar duidelijk langzaam, bijvoorbeeld Iso 6 of 8 s (BPR bijlage 8, onderdeel 2.1.3 onder a en 6.3).

Bron: Binnenvaartpolitiereglement, bijlage 8, onderdeel 2.1.3 onder a

Vraag 2 van 12kvb2-L-0045

U ligt vlak bij een noordcardinale boei. In welke richtingen, gezien vanaf de boei, ligt het gevaar dat zij markeert?

  1. ARondom de boei, binnen een cirkel van ongeveer 100 meter.
  2. BTussen NO en ZO, dus ten oosten van de boei.
  3. CTussen NW en NO, dus ten noorden van de boei.
  4. DTussen ZO en ZW, dus ten zuiden van de boei.
Antwoord en uitleg

Goed is D: Tussen ZO en ZW, dus ten zuiden van de boei.

Een noordcardinale markering ligt in het noordkwadrant van het gevaar, tussen NW en NO gezien vanuit het gevaar. Omgekeerd ligt het gevaar dus ten zuiden van de boei, in de richtingen tussen ZO en ZW. U passeert aan de noordzijde (BPR bijlage 8, onderdeel 6.1 en 6.1.1).

Bron: Binnenvaartpolitiereglement, bijlage 8, onderdeel 6.1

Vraag 3 van 12kvb2-L-0016

In een geul op het Wad staat een groene sparboei waarvan de top spits toeloopt. Welke zijde van het vaarwater markeert zij?

Schematisch · Groene spitse sparboei
  1. AEen splitsing van twee geulen.
  2. BDe rechterzijde.
  3. CDe linkerzijde.
Antwoord en uitleg

Goed is C: De linkerzijde.

Lateraal gebruikte sparboeien zijn in Nederland eveneens stomp (rechterzijde, rood) en spits (linkerzijde, groen) van vorm. Een groene spitse sparboei markeert dus de linkerzijde (BPR bijlage 8, onderdeel 1.3.1 en 2.1.2).

Bron: Binnenvaartpolitiereglement, bijlage 8, onderdeel 2.1.2

Vraag 4 van 12kvb2-L-0062

Aan de rechteroever van een rivier staat een vierkant geel teken met een verticale zwarte balk in het midden, op de vlakke zijde geplaatst. Wat geeft dit teken aan?

  1. ADat de vaargeul langs deze oever blijft lopen.
  2. BDat u hier verplicht de rechteroever moet aanhouden.
  3. CDat de vaargeul hier van deze oever overgaat naar de andere oever.
  4. DDat hier een bijzonder gebied aan de oever ligt, zoals een stortplaats.
Antwoord en uitleg

Goed is C: Dat de vaargeul hier van deze oever overgaat naar de andere oever.

Overgangen, de punten waar de vaargeul van de ene oever naar de andere overgaat, kunnen zijn gemarkeerd met een vierkant geel teken: op de rechteroever met een verticale zwarte balk, op de vlakke zijde; op de linkeroever met een diagonale zwarte balk, op de punt. Bij nacht een geel onderbroken licht (BPR bijlage 8, onderdeel 5.2.1 en 5.2.2).

Bron: Binnenvaartpolitiereglement, bijlage 8, onderdeel 5.2.1

Vraag 5 van 12kvb2-L-0030

Bij nacht ziet u een geel licht dat telkens vier schitteringen geeft, gevolgd door een lange verduistering. Welke markering is dit?

  1. AEen overgang van de vaargeul naar de andere oever van een rivier.
  2. BEen westcardinale markering.
  3. CEen bijzondere markering, bijvoorbeeld van een kabel.
  4. DEen markering van veilig vaarwater.
Antwoord en uitleg

Goed is C: Een bijzondere markering, bijvoorbeeld van een kabel.

Bij de bijzondere markering is het licht, evenals de betonning, geel; het karakter is altijd schitter of groepschitter. Cardinale markering en veilig vaarwater tonen wit licht; een overgangsteken toont een geel onderbroken licht (BPR bijlage 8, onderdeel 4 en 1.3.3).

Bron: Binnenvaartpolitiereglement, bijlage 8, onderdeel 4

Vraag 6 van 12kvb2-L-0029

Een gele ton draagt als topteken een cilinder met de banen rood, wit, rood van het verbodsteken A.1. Wat markeert zij?

  1. AEen ankerplaats voor de beroepsvaart.
  2. BDe rechterzijde van een vaarwater voor snelle motorboten.
  3. CDe grens van een verboden gebied.
  4. DEen wedstrijdbaan die vrij bevaren mag worden.
Antwoord en uitleg

Goed is C: De grens van een verboden gebied.

Bijzondere markering is geel met, indien aanwezig, een geel liggend kruis als topteken; alleen bij een verboden gebied kan het topteken het verbodsteken A.1 in de vorm van een cilinder zijn (BPR bijlage 8, onderdeel 4).

Bron: Binnenvaartpolitiereglement, bijlage 8, onderdeel 4

Vraag 7 van 12kvb2-L-0015

In maritieme publicaties loopt de betonningsrichting van zee naar binnen. Bijlage 8 rekent in zeegaten juist in de richting van de Noordzee. Wat betekent dit verschil voor de ligging van de tonnen?

  1. AOp zee liggen de tonnen gespiegeld ten opzichte van de binnenwateren.
  2. BDe maritieme richting geldt alleen voor de beroepsvaart, bijlage 8 alleen voor de pleziervaart.
  3. CBuitengaats geldt de maritieme richting; in het zeegat wisselen rood en groen van kant.
  4. DNiets: de stompe en de spitse markeringen liggen in beide benaderingen op dezelfde plaats.
Antwoord en uitleg

Goed is D: Niets: de stompe en de spitse markeringen liggen in beide benaderingen op dezelfde plaats.

De richtingen van bijlage 8 zijn tegengesteld aan het maritieme begrip betonningsrichting met de daaraan gekoppelde bakboords- en stuurboordszijde, maar dat maakt geen verschil voor de positie van de stompe en spitse markeringen: van zee komend heeft u in beide stelsels rood aan bakboord (BPR bijlage 8, onderdeel 1.2, opmerking).

Bron: Binnenvaartpolitiereglement, bijlage 8, onderdeel 1.2, opmerking

Vraag 8 van 12kvb2-L-0038

Door tegenlicht ziet u van een boei alleen het silhouet van het topteken: twee kegels boven elkaar met de toppen naar elkaar toe. Welke markering is dit, en welke kleuren verwacht u?

  1. AEen oostcardinale markering: zwart met één brede gele horizontale band.
  2. BEen westcardinale markering: geel met één brede zwarte horizontale band.
  3. CEen zuidcardinale markering: geel boven zwart.
  4. DEen noordcardinale markering: zwart boven geel.
Antwoord en uitleg

Goed is B: Een westcardinale markering: geel met één brede zwarte horizontale band.

Twee kegels met de toppen naar elkaar toe is het topteken van de westcardinale markering; de kleur is geel met één brede zwarte band. Bij de oostcardinale markering wijzen de grondvlakken naar elkaar, de toppen van elkaar af (BPR bijlage 8, onderdeel 6.1.4).

Bron: Binnenvaartpolitiereglement, bijlage 8, onderdeel 6.1.4

Vraag 9 van 12kvb2-L-0013

Van een hoofdgeul op het Wad takt een zijgeul af naar een haventje. In welke richting worden rechts en links in die zijgeul gerekend?

  1. AIn dezelfde richting als in de hoofdgeul, dus naar de Noordzee.
  2. BIn de richting van de ebstroom in de zijgeul.
  3. CIn de richting van de hoofdgeul, dus van het haventje af.
  4. DIn de richting van het haventje, dus van de hoofdgeul af.
Antwoord en uitleg

Goed is C: In de richting van de hoofdgeul, dus van het haventje af.

Op zijvaarten en zijgeulen worden rechts en links gerekend in de richting van de hoofdvaarweg of hoofdgeul. Wie vanuit de hoofdgeul de zijgeul invaart, heeft daardoor rood aan bakboord (BPR bijlage 8, onderdeel 1.2 onder c).

Bron: Binnenvaartpolitiereglement, bijlage 8, onderdeel 1.2 onder c

Vraag 10 van 12kvb2-L-0005

Op de zeekaart staat bij een lichtboei de letter B als kleur van de boei. Welke kleur is dat?

  1. ABruin.
  2. BZwart.
  3. CDonkerblauw.
Antwoord en uitleg

Goed is B: Zwart.

De kleuren worden internationaal aangeduid met de Engelse afkortingen: R rood, G groen, W wit, Y geel en B zwart (black) (BPR bijlage 8, onderdeel 1.3.2).

Bron: Binnenvaartpolitiereglement, bijlage 8, onderdeel 1.3.2

Vraag 11 van 12kvb2-L-0060

Aan een rivieroever staat een vierkant teken, op zijn punt geplaatst, groen aan de bovenkant en wit aan de onderkant. Wat geeft dit teken aan?

  1. ADat de vaargeul, het diepste gedeelte, langs deze linkeroever loopt.
  2. BDat hier aan de linkeroever ligplaats mag worden genomen.
  3. CDat de rechteroever hier een krib heeft die onder water staat.
  4. DDat de vaargeul hier van deze oever naar de andere oever overgaat.
Antwoord en uitleg

Goed is A: Dat de vaargeul, het diepste gedeelte, langs deze linkeroever loopt.

De tekens voor de ligging van de vaargeul staan op de oever waarlangs het diepste gedeelte loopt. Linkeroever: een vierkant teken, groen boven en wit onder, op de punt geplaatst, bij nacht een groen onderbroken licht. Rechteroever: een vierkant rood teken met witte horizontale banden, op de vlakke zijde (BPR bijlage 8, onderdeel 5.1.2).

Bron: Binnenvaartpolitiereglement, bijlage 8, onderdeel 5.1.2

Vraag 12 van 12kvb2-L-0025

In een ondiepe geul op het Wad staan op één plek drie steekbakens dicht bij elkaar. Wat geven zij meestal aan?

  1. AEen splitsing van de geul.
  2. BEen ankerverbod voor kleine schepen.
  3. CEen plek waar de geul zo smal is dat u moet wachten op tegenliggers.
  4. DDe plaats van een onderwaterkabel.
Antwoord en uitleg

Goed is A: Een splitsing van de geul.

Bij steekbakens wordt de stompe vorm gesuggereerd door losse takken en de spitse door bijeengebonden takken; een splitsing wordt meestal aangegeven door twee of drie steekbakens bij elkaar (BPR bijlage 8, onderdeel 1.3.1).

Bron: Binnenvaartpolitiereglement, bijlage 8, onderdeel 1.3.1

Oefen dit onderwerp in de app: de vragen komen terug tot u ze goed heeft.

Oefen betonning en markering op ruim water Doe een proefexamen

Andere onderwerpen

Meer over het examen: Klein Vaarbewijs 2 (KVB2): het examen, de stof en oefenvragen.

Bijgewerkt op 26 oktober 2026. Slagen is niet verbonden aan het CBR. Ziet u een fout? Mail support@slagen.eu met het nummer van de vraag.