Wet en reglementen op ruim water: oefenvragen voor het Klein Vaarbewijs 2
12 oefenvragen over wet en reglementen op ruim water, met het antwoord, de uitleg en de bron. In de app oefent u alle 54 vragen van dit onderwerp en maakt u proefexamens.
Vraag 1 van 12kvb2-K-0045
U ligt met uw jacht in een vluchthaven van Rijkswaterstaat aan de Afsluitdijk om slecht weer af te wachten. Hoe lang mag u daar zonder toestemming ligplaats houden?
ATen hoogste één week per seizoen.
BOnbeperkt, zolang het slecht weer blijft.
CTen hoogste drie achtereenvolgende dagen.
DTen hoogste 24 uur.
Antwoord en uitleg
Goed is C: Ten hoogste drie achtereenvolgende dagen.
Artikel 9.03, derde lid: in een vlucht- of overnachtingshaven en een werkhaven mag een schip zonder toestemming van de bevoegde autoriteit niet langer dan drie achtereenvolgende dagen ligplaats nemen, en niet binnen twaalf uur na afloop van die periode opnieuw. Het ligplaats nemen geldt pas als beëindigd wanneer het schip over ten minste 500 meter is verplaatst. Wie langer moet schuilen, vraagt toestemming.
In de Nieuwe Waterweg nadert 's nachts een zeeschip dat behalve zijn gewone lichten drie rode rondom schijnende lichten boven elkaar voert. De koersen kruisen; u vaart met een motorjacht van 11 meter. Wat geldt?
AHet zeeschip moet voor mij uitwijken, omdat een klein schip op de Nieuwe Waterweg altijd voorrang heeft op de beroepsvaart.
BIk geef één lange stoot en houd koers en snelheid, zodat het zeeschip mij kan ontwijken.
CIk laat het zeeschip de ruimte die het nodig heeft en mag niet verlangen dat het voor mij uitwijkt.
DDe gewone kruisregel geldt: wie het andere schip aan stuurboord heeft, wijkt uit.
Antwoord en uitleg
Goed is C: Ik laat het zeeschip de ruimte die het nodig heeft en mag niet verlangen dat het voor mij uitwijkt.
Drie rode rondom schijnende lichten in een verticale lijn (overdag een zwarte cilinder) voert een schip van of naar zee dat door diepgang of lengte aan de geul gebonden is (artikel 10.03). Tegenover zo'n schip geldt artikel 10.08, eerste lid: in afwijking van de gewone uitwijkregels moet elk ander schip het de ruimte laten die het nodig heeft en mag het niet verlangen dat het zeeschip uitwijkt. Dat geldt voor kleine en grote schepen.
Bij mist loopt uw motorjacht van 12 meter vast op de rand van een zandplaat, vlak naast een betonde geul van de Waddenzee waar veel verkeer vaart. Welk geluidssein hoort daarbij?
AEén lange stoot om de minuut, het mistsein van een varend schip zonder radar.
BEen reeks klokslagen, zoals een stilliggend schip op een gevaarlijke plaats.
CGeen; een vastgevaren schip is noch varend noch stilliggend en geeft daarom geen mistsein.
DVier korte stoten, het sein 'ik kan niet manoeuvreren', tot ik weer vlot ben.
Antwoord en uitleg
Goed is B: Een reeks klokslagen, zoals een stilliggend schip op een gevaarlijke plaats.
Artikel 6.31, zesde lid: op een schip dat in het vaarwater of in de nabijheid daarvan op een gevaarlijke plaats is vastgevaren, zijn de leden over het stilliggende schip van toepassing. Ligt het gestrekt langs de zijde van het vaarwater, dan beantwoordt het het geluidssein van elk naderend schip met een reeks klokslagen; ligt het anders, dan geeft het die reeks met tussenpozen van ten hoogste één minuut (eerste en tweede lid). Daarnaast waarschuwt u het verkeer per marifoon als u die hebt.
U vaart bij mist met uw zeiljacht (klein schip, met marifoon, zonder radar) op het Volkerak. Op het schip-schipkanaal meldt een op radar varend vrachtschip dat het een kleine echo vóór zich ziet die een gevaarlijke situatie kan opleveren; dat kunt u zijn. Wat moet u doen?
APer marifoon verbinding opnemen en melden dat ik een klein schip ben en welke koers ik volg.
BAlleen één lange stoot geven; spreken op de marifoon is voorbehouden aan de beroepsvaart.
CDe marifoon uitzetten om het kanaal vrij te houden voor het vrachtschip en de verkeerspost, en op gehoor uitwijken.
DNiets; alleen schepen die zelf op radar varen hoeven op zo'n bericht te antwoorden.
Antwoord en uitleg
Goed is A: Per marifoon verbinding opnemen en melden dat ik een klein schip ben en welke koers ik volg.
Artikel 6.32, vijfde lid: een met marifoon uitgerust schip dat de inlichtingen van een op radar varend schip verneemt en waarvan de positie of het gedrag ten opzichte van dat schip tot een gevaarlijke situatie kan leiden, moet per marifoon verbinding opnemen tot het verstrekken van de nodige inlichtingen. Een klein schip meldt daarbij dat het een klein schip is en welke koers het bij het uitwijken volgt (achtste lid). Zo kan het vrachtschip zijn maatregelen op u afstemmen.
Welke vlaggeseinen van het Internationaal Seinboek mag een schip dat rechtstreeks van zee komt volgens het BPR op de vaarwegen van hoofdstuk 10 geven?
ADe vlaggen A, B, G, H, P, Q en Z.
BGeen enkele; op binnenwater gelden alleen de optische tekens van het BPR.
CAlle vlaggen en lettercombinaties van het Internationaal Seinboek.
DAlleen de vlag B voor gevaarlijke stoffen.
Antwoord en uitleg
Goed is A: De vlaggen A, B, G, H, P, Q en Z.
Artikel 10.05 van het BPR staat een schip dat rechtstreeks van zee komt of naar zee gaat toe de internationale vlaggeseinen A, B, G, H, P, Q en Z te geven. De vlag B hoort daarbij ook als dagteken voor gevaarlijke stoffen (artikel 10.04); de andere letters gaan over zaken als een duiker te water (A), een loods gevraagd of aan boord (G en H) en de gezondheids- en douaneformaliteiten (Q).
In de Maasmond geeft een binnenkomend zeeschip zijn geluidsseinen en laat tegelijk met elke stoot een wit licht flitsen. Wat betekent dat witte licht?
AHet schip waarschuwt dat het aan de grond zit en het vaarwater verspert; andere schepen moeten stilhouden.
BHet sein 'blijf weg' bij het vrijkomen van gevaarlijke stoffen aan boord van het zeeschip.
CEen noodsein: het schip vraagt om onmiddellijke hulp van de reddingsdiensten en de verkeerspost.
DHet witte lichtsein waarmee een schip van of naar zee volgens de zeevaartregels zijn geluidsseinen mag aanvullen.
Antwoord en uitleg
Goed is D: Het witte lichtsein waarmee een schip van of naar zee volgens de zeevaartregels zijn geluidsseinen mag aanvullen.
Artikel 10.06: een schip dat rechtstreeks van zee komt of naar zee gaat mag de algemene geluidsseinen van bijlage 6 aanvullen met een wit lichtsein zoals de internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee dat kennen. Het toont dan niet het gele lichtsein dat een binnenvaartmotorschip bij zijn geluidsseinen kan geven (artikel 4.01, tweede lid); zo'n schip hoeft dat gele sein ook nooit te tonen. Voor klokslagen geldt dit niet.
Op een deel van het IJsselmeer heeft de bevoegde autoriteit waterskiën toegestaan. Op een zwoele zomeravond, na zonsondergang, wilt u daar nog een skiër trekken. Mag dat?
AAlleen als de uitkijk een zaklamp op de skiër gericht houdt.
BJa; waar waterskiën is toegestaan, is dat dag en nacht toegestaan.
CNee; het verbod kan alleen voor overdag worden opgeheven, 's nachts blijft waterskiën verboden.
DJa, als de skiër een reddingsvest met licht draagt, de boot zijn navigatielichten voert en de uitkijk aan boord blijft.
Antwoord en uitleg
Goed is C: Nee; het verbod kan alleen voor overdag worden opgeheven, 's nachts blijft waterskiën verboden.
Artikel 8.06, eerste lid: waterskiën, doen waterskiën of op soortgelijke wijze van de vaarweg gebruikmaken is verboden; de bevoegde autoriteit kan vaarwegen of gedeelten aanwijzen waarop dit verbod 'des daags' niet geldt. De aanwijzing kan dus nooit de nacht omvatten. Ook overdag moet een mede-opvarende van ten minste 15 jaar als uitkijk fungeren.
Op het IJsselmeer zakt het zicht door mist tot ongeveer 150 meter. Uw motorjacht van 12 meter heeft een radar. Mag u het radarbeeld gebruiken om te beslissen of u doorvaart en hoe hard?
ANee; de beslissing om door te varen mag alleen op het zicht met het blote oog berusten.
BJa, en dan mag ik mijn gewone snelheid aanhouden, want de radar ziet alles wat ik niet zie.
CJa, maar ik houd rekening met het verminderde zicht van de andere schepen.
Antwoord en uitleg
Goed is C: Ja, maar ik houd rekening met het verminderde zicht van de andere schepen.
Artikel 6.30, derde lid: om te beoordelen of de vaart zonder gevaar kan worden voortgezet en om de snelheid te bepalen, mag een schip dat radar gebruikt de radarwaarneming in aanmerking nemen; het moet daarbij rekening houden met de vermindering van het zicht die andere schepen ondervinden. De snelheid blijft aangepast aan het zicht en het verkeer (eerste lid): u ziet de ander op het scherm, maar de ander ziet u vaak niet.
U vaart met uw motorjacht van Vlissingen naar Antwerpen over de Westerschelde. Welk reglement geeft daar de vaarregels?
AHet Rijnvaartpolitiereglement, omdat de Schelde een internationale rivier is.
BHet Binnenvaartpolitiereglement, net als op het IJsselmeer.
CHet Scheepvaartreglement Eemsmonding.
DHet Scheepvaartreglement Westerschelde.
Antwoord en uitleg
Goed is D: Het Scheepvaartreglement Westerschelde.
Op de Westerschelde geldt niet het BPR maar het Scheepvaartreglement Westerschelde, een eigen reglement voor dit getijdenwater met veel zeescheepvaart. Daarom noemt de Binnenvaartregeling de wettelijke bepalingen voor de Westerschelde, de Eems en de Dollard apart als examenstof voor klein vaarbewijs II (Binnenvaartregeling artikel 7.15, tweede lid, onder a).
Bron: Binnenvaartregeling, artikel 7.15, tweede lid, onder a
Vraag 10 van 12kvb2-K-0027
Een motorjacht van 24 meter (dus geen klein schip) komt van zee en loopt via het Molengat de vaarweg naar de haven van Den Helder op. Wat verlangt het BPR van de schipper op het gebied van de marifoon?
AAlleen uitluisteren op kanaal 16 tot het jacht is afgemeerd in de haven.
BEén lange stoot geven bij het binnenlopen; de marifoon is voor een pleziervaartuig niet verplicht.
CZich melden op het aangewezen kanaal en tijdens de aanloop uitluisteren.
DNiets bijzonders; de meldplicht geldt alleen in de Rotterdamse en Amsterdamse havens.
Antwoord en uitleg
Goed is C: Zich melden op het aangewezen kanaal en tijdens de aanloop uitluisteren.
Artikel 9.07, eerste lid, onder b: een schip dat geen klein schip is, moet zich melden op het aangewezen marifoonkanaal wanneer het in aanloop is naar de Maasmond, de haven van Scheveningen, het Noordzeekanaal, de vaarweg tussen de zee en de haven van Den Helder of de vaarwegen tussen de zee en de havens aan de Waddenzee. Tijdens die aanloop en op de vaarwegen van artikel 10.01 geldt bovendien de uitluister- en communicatieplicht (tweede lid). Wie zich al in de territoriale zee onder een ander reglement heeft gemeld, hoeft dat niet opnieuw (vijfde lid). Een klein schip hoeft zich niet te melden (eerste lid), maar luistert met een marifoon aan boord wel uit (vierde lid).
In de Nieuwe Waterweg naderen een motorvrachtschip van 90 meter en een zeeschip met drie rode lichten boven elkaar elkaar op tegengestelde koersen. Mag het vrachtschip met twee korte stoten en het blauwe bord om een passage stuurboord op stuurboord vragen?
AJa; tussen twee grote schepen geldt de regeling van het blauwe bord altijd, ook op de zeehavenvaarwegen.
BNee; tegenover een schip met deze lichten geldt de regeling van het blauwe bord niet.
CJa, mits het zeeschip het verzoek met hetzelfde sein van twee korte stoten beantwoordt.
DNee; op de Nieuwe Waterweg is passeren op tegengestelde koersen voor de binnenvaart verboden.
Antwoord en uitleg
Goed is B: Nee; tegenover een schip met deze lichten geldt de regeling van het blauwe bord niet.
Artikel 10.08, derde lid: als een van twee elkaar op tegengestelde koersen naderende schepen de lichten of het dagteken van artikel 10.03 voert, is artikel 6.04a (stuurboord op stuurboord passeren met blauw bord en twee korte stoten) niet van toepassing. Het andere schip laat het zeeschip de ruimte die het nodig heeft (eerste lid). Alleen tussen twee schepen die beide deze tekens voeren gelden onderling de gewone vaarregels van hoofdstuk 6 (vierde lid).
Wanneer 'vaart' een schip volgens het BPR 'op radar'?
AAls het bij slecht zicht gebruikmaakt van radar om te varen.
BAlleen als een houder van een radardiploma de radar bedient.
CAls het bij goed zicht met de radar oefent.
DZodra er een radarinstallatie aan boord is.
Antwoord en uitleg
Goed is A: Als het bij slecht zicht gebruikmaakt van radar om te varen.
Artikel 6.32, eerste lid: een schip vaart op radar als het bij slecht zicht gebruikmaakt van radar voor het varen. Het gaat om het daadwerkelijk gebruiken bij slecht zicht; oefenen met de radar bij goed zicht is geen varen op radar. Voor een op radar varend schip gelden eigen regels, zoals de lange stoot en marifoonberichten bij een gevaarlijke echo (vierde lid).