Klein Vaarbewijs 2 · oefenvragen

Weer, zeegang en veiligheid op ruim water: oefenvragen voor het Klein Vaarbewijs 2

12 oefenvragen over weer, zeegang en veiligheid op ruim water, met het antwoord, de uitleg en de bron. In de app oefent u alle 44 vragen van dit onderwerp en maakt u proefexamens.

Vraag 1 van 12kvb2-P-0016

Midden op het IJsselmeer, zonder oevers in zicht, wordt het heiig. U wilt weten hoeveel zicht u nog heeft om te beslissen of u doorvaart. Hoe schat u dat?

  1. AAan de kleur van de lucht en de zon: zolang de zon nog als een schijf te zien is en de lucht boven u blauw is, is het zicht ten minste een zeemijl en kunt u doorvaren.
  2. BAan de afstand waarop een boei of een ander schip uit het zicht verdwijnt, met de afstand ernaartoe van de plotter, de radar of de AIS-ontvanger.
  3. CAan het geluid: zolang u de misthoorn van een ander schip of een boei hoort, is het zicht minder dan 500 meter, en anders is het meer.
Antwoord en uitleg

Goed is B: Aan de afstand waarop een boei of een ander schip uit het zicht verdwijnt, met de afstand ernaartoe van de plotter, de radar of de AIS-ontvanger.

Zicht is de grootste afstand waarop u een voorwerp nog kunt onderscheiden. Op open water ontbreken bekende herkenningspunten, maar de plotter geeft de afstand tot de volgende boei en de AIS-ontvanger of de radar die tot een ander schip; verdwijnt zo'n doel op 800 meter uit het zicht, dan is dat uw zicht. Houd dat bij, want heiigheid wordt vaak mist. De zon kan door dunne mist heen schijnen terwijl u horizontaal bijna niets ziet, en hoe ver geluid draagt hangt af van wind en vocht, niet van het zicht.

Bron: Vaarpraktijk: slecht zicht op ruim water, Vaarpraktijk: zicht schatten op open water (KNMI-definitie van zicht)

Vraag 2 van 12kvb2-P-0011

Uw polyester kajuitboot van 9 meter vaart regelmatig op de Westerschelde tussen de grote zeeschepen. Waarom hangt u een radarreflector zo hoog mogelijk op?

  1. AOmdat de reflector het eigen radarbeeld van uw boot scherper maakt, zodat u de grote schepen en de boeien bij mist eerder en duidelijker op uw eigen scherm ziet.
  2. BOmdat de reflector het geluid van uw misthoorn naar de grote schepen weerkaatst, zodat het sein verder draagt.
  3. COmdat een polyester boot op het radarscherm van een groot schip nauwelijks een echo geeft; hoog opgehangen geeft de reflector een sterkere echo.
Antwoord en uitleg

Goed is C: Omdat een polyester boot op het radarscherm van een groot schip nauwelijks een echo geeft; hoog opgehangen geeft de reflector een sterkere echo.

Polyester en hout kaatsen radargolven slecht terug, en een lage boot verdwijnt tussen de echo's van de golven. Een metalen radarreflector geeft een duidelijke echo, en hoe hoger hij hangt, hoe verder hij boven de golven uitkomt en hoe eerder de wachtofficier van een zeeschip u ziet. De reflector doet niets voor uw eigen radar of uw geluidssein. Op een aantal drukke vaarwegen, waaronder de Oosterschelde en het betonde vaarwater van het Hollandsch Diep, eist het BPR hem bij slecht zicht ook (artikel 9.04, lid 5); op ruim water is hij altijd verstandig.

Bron: Vaarpraktijk: slecht zicht op ruim water, KNRM-advies: radarreflector hoog aanbrengen; BPR artikel 9.04, lid 5

Vraag 3 van 12kvb2-P-0002

Op een ochtend met nauwelijks wind ziet u bij Den Helder lange, regelmatige golven zonder schuimkoppen uit zee binnenlopen. Wat zijn dat voor golven en wat betekenen ze voor uw tocht door het zeegat?

  1. ADeining van een storm op zee of van wind die al is gaan liggen; boven de ondiepten van het zeegat kan die breken, ook zonder wind ter plaatse.
  2. BGetijgolven die bij de opkomende vloed horen en met het water naar binnen lopen; zolang u de betonde geul volgt, hebben ze voor een klein schip geen enkele betekenis.
  3. CGolven van de veerboot die net is vertrokken; zodra het water in de haven tot rust is gekomen, is ook het zeegat weer vlak.
Antwoord en uitleg

Goed is A: Deining van een storm op zee of van wind die al is gaan liggen; boven de ondiepten van het zeegat kan die breken, ook zonder wind ter plaatse.

Deining bestaat uit lange golven die hun energie lang vasthouden nadat de wind die ze opwekte is weggevallen, of die van een storm ver weg komen; ze lopen regelmatig en zonder schuimkoppen. Op de ondiepe drempel van een zeegat wordt deining steiler en gaat ze breken, zeker als de ebstroom er tegenin loopt. Een rustig weerbericht zegt dus weinig over de zee in het zeegat: kijk zelf, vraag de havenmeester of de Kustwacht en houd de betonde geul.

Bron: Vaarpraktijk: weer en zeegang, KNMI: deining en windgolven; KNRM-advies zeegaten

Vraag 4 van 12kvb2-P-0029

Op de Waddenzee valt uw motor uit. Het is rustig weer, de boot drijft langzaam naar een plaat, niemand is in gevaar, maar zonder hulp komt u niet thuis. Welke oproep doet u op de marifoon?

  1. AMayday, want elke motorstoring op ruim water is een noodgeval waarbij meteen de reddingboot moet uitvaren.
  2. BPan-Pan: een spoedbericht voor een dringende situatie waarin geen direct gevaar voor mensenlevens bestaat.
  3. CSécurité, want u wilt vooral de andere schepen in de buurt waarschuwen dat u stilligt en niet kunt manoeuvreren.
Antwoord en uitleg

Goed is B: Pan-Pan: een spoedbericht voor een dringende situatie waarin geen direct gevaar voor mensenlevens bestaat.

Mayday is uitsluitend voor ernstig en onmiddellijk gevaar voor schip of opvarenden. Pan-Pan is het spoedsein: dringend, maar zonder direct levensgevaar, zoals motorpech, een gebroken roer of een ziek bemanningslid. Sécurité kondigt een veiligheidsbericht aan, zoals een navigatiewaarschuwing of een weerbericht. Roep de Kustwacht op kanaal 16 met Pan-Pan, breng intussen het anker uit, en ga over op Mayday als de situatie verslechtert, bijvoorbeeld als het anker niet houdt en de boot in de branding dreigt te komen.

Bron: Vaarpraktijk: noodprocedure marifoon, Kustwacht/Handboek marifonie: nood-, spoed- en veiligheidsverkeer

Vraag 5 van 12kvb2-P-0009

Voor vertrek bekijkt u de weerkaart van het KNMI. Boven de Noordzee liggen de isobaren dicht opeen, boven het land ver uit elkaar. Wat leidt u daaruit af?

  1. ABoven de Noordzee is het windstil; dicht opeenliggende lijnen wijzen op een stabiel hogedrukgebied.
  2. BBoven de Noordzee is de luchtdruk hoog en boven het land laag; over de windkracht zegt de kaart niets.
  3. CBoven de Noordzee staat veel wind: een groot drukverschil over een korte afstand geeft een sterke wind.
  4. DBoven de Noordzee valt veel regen; isobaren geven de hoeveelheid neerslag aan.
Antwoord en uitleg

Goed is C: Boven de Noordzee staat veel wind: een groot drukverschil over een korte afstand geeft een sterke wind.

Isobaren verbinden punten met gelijke luchtdruk. Hoe dichter ze bij elkaar liggen, hoe groter het drukverschil per kilometer en hoe harder de wind, die ongeveer langs de isobaren waait (wet van Buys Ballot). Ver uiteen liggende isobaren betekenen weinig wind. Of het regent, leest u niet aan de isobaren af maar aan de fronten en de buienverwachting.

Bron: Vaarpraktijk: weerberichten, KNMI: de weerkaart lezen (isobaren en wind)

Vraag 6 van 12kvb2-P-0030

Op kanaal 16 hoort u een Mayday van een zeiljacht 2 mijl van u vandaan: 'man overboord'. De Kustwacht antwoordt niet binnen een korte tijd. Wat doet u?

  1. AIk zwijg en blijf uitluisteren; op een Mayday mag alleen een kuststation reageren, en een antwoord van een pleziervaartuig zou de noodfrequentie verstoren en de hulp vertragen.
  2. BIk roep op kanaal 16 de andere schepen in de buurt op om te vragen of iemand het bericht ook heeft gehoord en of iemand dichterbij is dan ik.
  3. CIk noteer het bericht, beantwoord de oproep, geef mijn positie en aankomsttijd door en vaar erheen; hoort de Kustwacht het niet, dan geef ik het door als 'Mayday relay'.
Antwoord en uitleg

Goed is C: Ik noteer het bericht, beantwoord de oproep, geef mijn positie en aankomsttijd door en vaar erheen; hoort de Kustwacht het niet, dan geef ik het door als 'Mayday relay'.

Bij noodverkeer op kanaal 16 zwijgt iedereen die niet kan helpen; wie het wél kan, antwoordt. Het dichtstbijzijnde schip is bij een man overboord de snelste redding, en de Kustwacht kan een oproep van een laag jacht missen. Bevestig dus kort ('Mayday, [naam jacht], hier [uw naam], received Mayday'), geef uw positie en verwachte aankomsttijd, en vaar erheen. Hoort u dat geen kuststation reageert, dan zendt u het bericht als 'Mayday relay' door, zodat de Kustwacht alsnog wordt gealarmeerd. Hulp verlenen aan wie in nood is, is een plicht van iedere schipper.

Bron: Vaarpraktijk: noodprocedure marifoon, Kustwacht/Handboek marifonie: ontvangst van een noodbericht, Mayday relay

Vraag 7 van 12kvb2-P-0027

Uw marifoon heeft DSC en is gekoppeld aan de GPS. Bij ernstig en onmiddellijk gevaar houdt u de rode 'distress'-knop enkele seconden ingedrukt. Wat gebeurt er dan?

  1. ADe marifoon zendt op kanaal 70 een digitale noodoproep uit met uw MMSI-nummer en positie naar de Kustwacht en alle DSC-marifoons in de buurt; daarna geeft u op kanaal 16 een gesproken Mayday.
  2. BDe marifoon belt via het mobiele netwerk automatisch 112, geeft uw telefoonnummer en uw positie door en de meldkamer belt u binnen een minuut terug om te vragen wat er aan de hand is en welke hulp u nodig heeft.
  3. CDe marifoon zendt een vooraf ingesproken noodbericht uit op alle marifoonkanalen tegelijk, zodat u zelf niets meer hoeft te zeggen en de marifoon kunt loslaten.
  4. DEr gebeurt niets totdat u ook de scheepsnaam en de positie met de hand heeft ingetoetst; zonder die gegevens verzendt de marifoon geen oproep.
Antwoord en uitleg

Goed is A: De marifoon zendt op kanaal 70 een digitale noodoproep uit met uw MMSI-nummer en positie naar de Kustwacht en alle DSC-marifoons in de buurt; daarna geeft u op kanaal 16 een gesproken Mayday.

DSC (digital selective calling) zendt op kanaal 70 een digitaal noodbericht met uw MMSI-nummer, de positie en het tijdstip uit de GPS en, als u die heeft gekozen, de aard van de nood. Elke DSC-marifoon binnen bereik en het Kustwachtcentrum krijgen een alarm; de oproep wordt herhaald tot een kuststation hem bevestigt. De marifoon schakelt daarna naar kanaal 16, waar u het gesproken Mayday-bericht geeft. Zonder gekoppelde GPS gaat er geen positie mee; voer die dan met de hand in.

Bron: Vaarpraktijk: noodprocedure marifoon, Kustwacht: DSC-noodoproep (GMDSS in hoofdlijnen)

Vraag 8 van 12kvb2-P-0008

Aan boord van een zeewaardig jacht ziet u een klein apparaat met een schermpje, gemerkt 'Navtex'. Wat ontvangt u daarmee?

  1. AWeerberichten, stormwaarschuwingen en navigatieberichten voor de zee, als tekst, zonder internet of telefoonbereik.
  2. BHet radarbeeld van het dichtstbijzijnde kuststation, zodat u bij mist andere schepen op het scherm ziet zonder eigen radar.
  3. CDe positie, koers en snelheid van schepen in de buurt, die zij zelf om de paar tientallen seconden uitzenden.
Antwoord en uitleg

Goed is A: Weerberichten, stormwaarschuwingen en navigatieberichten voor de zee, als tekst, zonder internet of telefoonbereik.

Navtex is een internationale dienst waarbij kuststations berichten voor de veiligheid op zee als tekst uitzenden: weerberichten, storm- en navigatiewaarschuwingen en berichten over zoekacties. De ontvanger luistert zelf, op de middengolf (518 kHz voor het Engelstalige bericht) met een bereik van honderden kilometers, en slaat de berichten op. Het werkt dus ook ver buiten het bereik van de telefoon. Het tweede antwoord beschrijft niets wat bestaat, het derde beschrijft AIS.

Bron: Vaarpraktijk: weerberichten, Kustwacht/Navtex: maritieme veiligheidsberichten

Vraag 9 van 12kvb2-P-0013

Het weerbericht voor de kust geeft voor de nacht een luchttemperatuur van 13 °C en een dauwpunt van 12 °C, met een zwakke zuidwestenwind; het zeewater is 9 °C. U wilt 's ochtends vroeg vanuit IJmuiden naar zee. Waar houdt u rekening mee?

  1. AMet heldere lucht en goed zicht: zolang het dauwpunt onder de luchttemperatuur ligt is de lucht droog, en bij een zwakke wind kunt u gewoon doorvaren.
  2. BMet een grote kans op mist: de lucht is bijna verzadigd en koelt boven het koude zeewater verder af tot onder het dauwpunt.
  3. CMet onweer: een klein verschil tussen temperatuur en dauwpunt is het teken van een onstabiele atmosfeer waarin buien ontstaan zodra de zon opkomt.
Antwoord en uitleg

Goed is B: Met een grote kans op mist: de lucht is bijna verzadigd en koelt boven het koude zeewater verder af tot onder het dauwpunt.

Het dauwpunt is de temperatuur waarbij de lucht verzadigd raakt; ligt het maar een graad onder de luchttemperatuur, dan is een kleine afkoeling genoeg voor mist. Stroomt zulke vochtige lucht met een zwakke wind over zeewater dat nog kouder is, dan koelt zij van onderaf af tot onder het dauwpunt en ontstaat zeemist, die uren kan blijven hangen. Reken dan op radarreflector, misthoorn en een route buiten de aanlooproutes, of wacht tot de wind draait of toeneemt. Onweer vraagt om warme, onstabiele lucht, niet om dit kleine verschil.

Bron: Vaarpraktijk: slecht zicht op ruim water, KNMI: dauwpunt en mistvorming (zeemist)

Vraag 10 van 12kvb2-P-0031

Een kind aan boord heeft per ongeluk de rode noodknop van de DSC-marifoon ingedrukt gehouden; de marifoon staat nu op kanaal 16 en meldt een verzonden noodoproep. Wat doet u?

  1. ADe oproep direct in de marifoon annuleren en op kanaal 16 aan alle stations en de Kustwacht melden dat de noodoproep een vergissing was en er geen hulp nodig is.
  2. BDe marifoon direct uitzetten en een paar minuten uit laten; zonder stroom stopt de uitzending en bij de Kustwacht komt dan niets meer binnen, dus er is niets gebeurd en u hoeft niets te melden.
  3. CNiets doen; de Kustwacht ziet aan de positie en de MMSI dat het om een pleziervaartuig gaat en wacht het gesproken bericht af voordat er iets in gang wordt gezet.
Antwoord en uitleg

Goed is A: De oproep direct in de marifoon annuleren en op kanaal 16 aan alle stations en de Kustwacht melden dat de noodoproep een vergissing was en er geen hulp nodig is.

De oproep is op het moment van loslaten al ontvangen en wordt herhaald tot hij wordt bevestigd; de Kustwacht behandelt elke DSC-noodoproep als echt en zet reddingboten in als er geen bericht volgt. Annuleer daarom volgens de handleiding van de marifoon en zeg op kanaal 16: 'All stations (driemaal), hier (scheepsnaam, MMSI), cancel my distress alert of (tijdstip), out'. De Kustwacht bevestigt, en wie prompt annuleert heeft niets te vrezen. Uitzetten of zwijgen laat de reddingsactie doorlopen.

Bron: Vaarpraktijk: noodprocedure marifoon, Kustwacht: annuleren van een onbedoelde DSC-noodoproep

Vraag 11 van 12kvb2-P-0036

In het voorjaar is het water van de Waddenzee ongeveer 10 °C. Hoeveel tijd heeft een drenkeling met reddingsvest daarin ruwweg voordat onderkoeling hem bewusteloos maakt?

  1. AEnkele minuten.
  2. BEen halve dag of langer.
  3. COngeveer een uur.
Antwoord en uitleg

Goed is C: Ongeveer een uur.

Een veelgebruikte vuistregel voor koud water is 1-10-1: ongeveer 1 minuut om de ademhaling na de koudeschok onder controle te krijgen, ongeveer 10 minuten waarin armen en benen nog bruikbaar zijn, en ongeveer 1 uur voordat onderkoeling tot bewusteloosheid leidt. Zonder vest verdrinkt iemand meestal al in die eerste minuten; met vest telt het uur. Daarom: vest aan, meteen alarm slaan en de drenkeling niet uit het oog verliezen. Bij kouder water of een klein of mager persoon gaat alles sneller.

Bron: Vaarpraktijk: koud water en onderkoeling, Reddingsbrigade/KNRM: koud water, vuistregel 1-10-1

Vraag 12 van 12kvb2-P-0033

U vaart met zijn tweeën op een kajuitzeiljacht met hoog vrijboord. Uw maat ligt uitgeput naast de boot in het water en kan zichzelf niet optrekken; u kunt hem alleen niet optillen. Hoe krijgt u hem aan boord?

  1. AIk pak hem onder zijn armen en trek hem met één flinke ruk over de reling; met een goede greep lukt dat bij een nat lichaam meestal wel.
  2. BIk laat de motor stationair draaien om de boot op zijn plek te houden en laat hem via de zwemtrap aan de spiegel aan boord klimmen.
  3. CIk leg een lus (een hijsband of een lus in een lijn) onder zijn armen of knieën en takel hem met een val en de lier of met de giek zo veel mogelijk liggend aan boord, met de schroef stil.
Antwoord en uitleg

Goed is C: Ik leg een lus (een hijsband of een lus in een lijn) onder zijn armen of knieën en takel hem met een val en de lier of met de giek zo veel mogelijk liggend aan boord, met de schroef stil.

Een natte, uitgeputte volwassene weegt met kleding ruim 80 kg; over een hoog vrijboord tilt niemand dat alleen, zeker niet in beweging. Een lus onder armen of knieën aan een val op de lier, of aan de giek, haalt hem gecontroleerd en zo mogelijk liggend aan boord, wat bij onderkoeling ook veiliger is. Een draaiende schroef bij iemand in het water is levensgevaarlijk, en wie geen kracht meer heeft klimt geen zwemtrap op. Oefen dit eens in de haven, met een vrijwilliger in een droogpak.

Bron: Vaarpraktijk: man overboord op ruim water, KNRM-advies: drenkeling bergen (hijsband, val en lier, liggend)

Oefen dit onderwerp in de app: de vragen komen terug tot u ze goed heeft.

Oefen weer, zeegang en veiligheid op ruim water Doe een proefexamen

Andere onderwerpen

Meer over het examen: Klein Vaarbewijs 2 (KVB2): het examen, de stof en oefenvragen.

Bijgewerkt op 26 oktober 2026. Slagen is niet verbonden aan het CBR. Ziet u een fout? Mail support@slagen.eu met het nummer van de vraag.