Lichten, dagtekens en geluidsseinen op ruim water: oefenvragen voor het Klein Vaarbewijs 2
12 oefenvragen over lichten, dagtekens en geluidsseinen op ruim water, met het antwoord, de uitleg en de bron. In de app oefent u alle 39 vragen van dit onderwerp en maakt u proefexamens.
Vraag 1 van 12kvb2-Q-0019
Een duwstel van een duwboot met vier bakken ligt 's nachts op het Hollandsch Diep ten anker, los van de oever. Welke lichten voert het?
ATwee witte lichten: een hoog op de duwboot en een lager op de voorste bak, zoals bij een geankerd groot schip van dezelfde lengte.
BDe drie toplichten in driehoek en de drie heklichten, net als varend.
CEen wit rondom schijnend licht op elk schip op ten minste 4 m; vier lichten op de bakken samen volstaan.
DEen rood rondom schijnend licht op de duwboot en witte lichten op de buitenste bakken.
Antwoord en uitleg
Goed is C: Een wit rondom schijnend licht op elk schip op ten minste 4 m; vier lichten op de bakken samen volstaan.
Een duwstel dat stilligt zonder aan de oever gemeerd te liggen voert 's nachts op elk schip een wit gewoon rondom schijnend licht op ten minste 4 m, waar dit het best te zien is; op de duwbakken samen hoeven niet meer dan vier lichten te branden, mits de contouren van het duwstel goed worden aangegeven. Overdag voert het een zwarte bol op de duwboot en op de voorste bakken aan de buitenzijden (artikel 3.20, derde lid).
U wilt voor uw jacht van 11 m een ankerbol aanschaffen voor op ruim water. Bij welke middellijn is een bol volgens het BPR in ieder geval groot genoeg?
ATen minste 30 cm.
BTen minste 60 cm.
CTen minste 1 m.
Antwoord en uitleg
Goed is B: Ten minste 60 cm.
De afmetingen van bollen, kegels, cilinders en ruiten moeten een goede zichtbaarheid verzekeren; daaraan is in ieder geval voldaan bij een bol met een middellijn van 60 cm, een kegel van 60 cm hoog met een grondvlak van 60 cm, een cilinder van 80 cm hoog en 50 cm breed en een ruit van 80 bij 50 cm (artikel 3.04, derde lid). De vormen mogen worden vervangen door voorwerpen die op een afstand dezelfde vorm tonen (eerste lid).
Bij IJmuiden ziet u overdag een containerschip dat van zee komt, met een sleepboot langszij die de gele cilinder met zwarte en witte banden voert. Het containerschip voert geen gele bol. Mag dat?
ANee, elk geassisteerd motorschip moet overdag een gele bol op het voorschip op ten minste 5 m voeren.
BNee, het schip had in plaats van de gele bol twee zwarte bollen moeten voeren.
CJa, een geassisteerd schip dat rechtstreeks van zee komt hoeft de gele bol niet te voeren.
Antwoord en uitleg
Goed is C: Ja, een geassisteerd schip dat rechtstreeks van zee komt hoeft de gele bol niet te voeren.
Een motorschip dat wordt geassisteerd voert overdag een gele bol op het voorschip op ten minste 5 m. Komt het schip rechtstreeks van zee of gaat het rechtstreeks naar zee, dan hoeft het de gele bol niet te voeren, maar mag het dat wel (artikel 3.08, derde lid). De assisterende sleepboot voert wel gewoon zijn cilinder (artikel 3.09, eerste lid).
Een motorschip vaart het Noordzeekanaal op met een zeeschip zonder eigen voortstuwing langszij vastgemaakt; dat zeeschip komt rechtstreeks van zee. Welke lichten mag het motorschip 's nachts voeren in plaats van de gewone lichten van een gekoppeld samenstel?
ADrie toplichten in driehoek en drie heklichten, zoals een duwstel dat van zee komt.
BTwee toplichten boven elkaar, boordlichten en een geel heklicht; het zeeschip boordlichten voorop en een heklicht.
CAlleen een wit rondom schijnend licht, omdat het zeeschip de navigatielichten voor het hele samenstel overneemt.
Antwoord en uitleg
Goed is B: Twee toplichten boven elkaar, boordlichten en een geel heklicht; het zeeschip boordlichten voorop en een heklicht.
Is bij een gekoppeld samenstel het langszij van het motorschip vastgemaakte andersoortige schip een schip dat rechtstreeks van zee komt of naar zee gaat, dan mag het motorschip in plaats van de lichten van artikel 3.11, eerste lid, de lichten van artikel 3.09, eerste lid, voeren (twee toplichten boven elkaar, boordlichten, geel heklicht), en mag het andersoortige schip boordlichten voorop en een heklicht voeren (artikel 3.11, derde lid).
Op het Noordzeekanaal hangt dichte mist. Vanaf een vaste plek klinkt steeds opnieuw: kort, lang, kort. Van welk soort schip komt dit sein?
AEen veerpont die bij mist het vaarwater oversteekt.
BEen schip van of naar zee dat op een gevaarlijke plaats stilligt of vastzit.
CEen op radar varend schip dat op het scherm een schip ziet dat gevaarlijk kan worden.
DEen schip dat medische hulp wil inroepen.
Antwoord en uitleg
Goed is B: Een schip van of naar zee dat op een gevaarlijke plaats stilligt of vastzit.
Een schip dat op een gevaarlijke plaats in of nabij het vaarwater stilligt of is vastgevaren en dat rechtstreeks van zee komt of rechtstreeks naar zee gaat, mag naast de reeks klokslagen ook één korte stoot, één lange stoot en één korte stoot geven, en dit sein herhalen (artikel 6.31, vijfde en zesde lid; bijlage 6, afdeling G, onder 3). Een veerpont geeft één lange en vier korte stoten; een verzoek om medische hulp is vier korte stoten en één lange.
Een zeeschip zonder werkende motor wordt vanaf zee door twee sleepboten de Nieuwe Waterweg op gesleept. Welke lichten mag dit gesleepte zeeschip 's nachts voeren in plaats van het witte rondom schijnende licht van een gesleept schip?
ATwee rode rondom schijnende lichten boven elkaar.
BEen toplicht en een geel heklicht, net als de sleepboten.
CGeen andere lichten; die uitzondering geldt alleen voor duwbakken en zeeschipbakken.
DBoordlichten; overdag mag het dan ook de gele bol achterwege laten.
Antwoord en uitleg
Goed is D: Boordlichten; overdag mag het dan ook de gele bol achterwege laten.
Een gesleept schip dat rechtstreeks van zee komt of rechtstreeks naar zee gaat mag in plaats van het witte rondom schijnende licht van artikel 3.09, derde lid, 's nachts boordlichten voeren; overdag mag het de gele bol voeren, maar het hoeft dat niet (artikel 3.09, zesde lid). Zo kan een zeeschip zijn eigen zeelichten blijven gebruiken. Een schip dat rechtstreeks van zee komt of naar zee gaat is een schip op een van de vaarwegen van artikel 10.01 (artikel 1.01, onder z).
Een zeeschip dat de Nieuwe Waterweg opvaart geeft één korte stoot en toont daarbij een wit lichtsein in plaats van het gele lichtsein dat binnenschepen tonen. Is dat toegestaan?
ANee, bij een geluidssein hoort op de Nederlandse binnenwateren altijd het gele lichtsein, ook voor een zeeschip dat van zee komt.
BJa, een schip van of naar zee mag in plaats van geel het witte lichtsein van de zeevaart tonen, of geen lichtsein.
CAlleen als het schip een loods aan boord heeft die daarvoor toestemming geeft.
DAlleen 's nachts; overdag moet het lichtsein geel zijn.
Antwoord en uitleg
Goed is B: Ja, een schip van of naar zee mag in plaats van geel het witte lichtsein van de zeevaart tonen, of geen lichtsein.
Een motorschip dat rechtstreeks van zee komt of naar zee gaat hoeft het gele lichtsein van artikel 4.01, tweede lid, niet te tonen. Het mag de algemene geluidsseinen van bijlage 6, afdeling A, aanvullen met het witte lichtsein uit de internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee; dan toont het niet ook het gele lichtsein. Voor klokslagen geldt dit artikel niet (artikel 10.06).
Een stilliggend werkponton op het Markermeer heeft een anker uitstaan dat gevaar voor de scheepvaart kan vormen. Hoe maakt het ponton dat 's nachts met zijn lichten kenbaar?
AHet toont aan de kant van dat anker een extra rood rondom schijnend licht.
BHet dooft alle omtreklichten en toont in plaats daarvan één geel flikkerlicht.
CHet vervangt het omtreklicht dat het dichtst bij dat anker zit door twee rondom schijnende lichten boven elkaar.
DHet voert een tweede wit licht ongeveer 1 m onder het licht op het voorschip, zoals een geankerd groot schip dat doet.
Antwoord en uitleg
Goed is C: Het vervangt het omtreklicht dat het dichtst bij dat anker zit door twee rondom schijnende lichten boven elkaar.
Een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting met een of meer gevaarlijk uitstaande ankers vervangt van zijn omtreklichten (artikel 3.23) het licht dat zich het dichtst bij dat anker bevindt door twee gewone rondom schijnende lichten in een verticale lijn, ongeveer 1 m uit elkaar (artikel 3.26, tweede lid). Het anker zelf krijgt een gele boei met radarreflector (derde lid). Het tweede witte licht onder het stilliglicht is de regeling voor een schip (eerste lid).
's Nachts ziet u op het Hollandsch Diep achter een sleepboot een laag, langwerpig gevaarte met langs de rand een aantal witte rondom schijnende lichten, zonder boordlichten of heklicht. Wat wordt hier gesleept?
AEen gesleept groot schip, dat als lengte in een sleep altijd meerdere witte lichten langs de rand voert.
BEen drijvend voorwerp, zoals een ponton of een bijzonder transport, dat zo zijn omtrek aangeeft.
CEen zeeschipbak die rechtstreeks van zee komt en daarom geen boordlichten voert.
DEen geankerd duwstel waar de sleepboot alleen maar langs vaart.
Antwoord en uitleg
Goed is B: Een drijvend voorwerp, zoals een ponton of een bijzonder transport, dat zo zijn omtrek aangeeft.
Een varend drijvend voorwerp of een varende drijvende inrichting voert 's nachts witte heldere rondom schijnende lichten in voldoende aantal om de omtrek aan te duiden, zo hoog dat zij van alle zijden zichtbaar zijn (artikel 3.19). Een gesleept schip voert één wit rondom schijnend licht, of twee als de lengte in de sleep meer dan 110 m is (artikel 3.09, derde lid).
Een sleep bestaat uit een sleepboot, daarachter een vrachtschip van 60 m en als allerlaatste twee gesleepte motorjachten van 9 m en 11 m. Welk schip voert 's nachts het heklicht van de laatste lengte?
AHet achterste jacht van 11 m, want dat vormt het einde van de sleep en is als laatste zichtbaar.
BHet vrachtschip van 60 m; de kleine schepen aan het eind tellen voor dit heklicht niet mee.
CBeide jachten, elk met een eigen heklicht naast hun witte licht.
DDe sleepboot, want die bepaalt de lichten van de hele sleep.
Antwoord en uitleg
Goed is B: Het vrachtschip van 60 m; de kleine schepen aan het eind tellen voor dit heklicht niet mee.
De laatste lengte van een sleep voert behalve het witte rondom schijnende licht een heklicht, maar bestaat de laatste lengte uit kleine schepen, dan wordt daarmee voor deze regel geen rekening gehouden (artikel 3.09, vierde lid). Het heklicht hoort dus op het vrachtschip. De gesleepte jachten voeren zelf elk een wit gewoon rondom schijnend licht (artikel 3.13, vierde lid).
Bij Den Helder ziet u 's nachts een marineschip met drie groene rondom schijnende lichten: een in de top van de voorste mast en een aan elk uiteinde van de ra van die mast. Wat betekent dit en wat doet u?
AHet schip is bezig met mijnenopruiming; ik blijf er ten minste 1000 m vandaan.
BHet schip vist met een treil; ik blijf uit de buurt van het uitstaande vistuig.
CHet schip is onmanoeuvreerbaar geworden; ik wijk uit en houd ruim afstand.
DDe doorvaart is aan beide zijden vrij; ik mag er dicht langs varen.
Antwoord en uitleg
Goed is A: Het schip is bezig met mijnenopruiming; ik blijf er ten minste 1000 m vandaan.
Een schip bezig met mijnenopruimingswerkzaamheden voert 's nachts drie groene heldere of gewone rondom schijnende lichten: een aan of nabij de top van de mast op het voorschip en een aan elk uiteinde van de ra van die mast; overdag drie zwarte bollen op dezelfde plaatsen. De tekens betekenen dat het voor andere schepen gevaarlijk is het schip dichter te naderen dan 1000 m (artikel 3.35).
Een loodsboot vaart 's nachts voor de haven van Den Helder haar loodsdienst. Welke lichten voert zij?
AWit boven rood in de masttop, boordlichten en een heklicht; een toplicht is voor haar niet voorgeschreven.
BWit boven rood in de masttop en daarbij verplicht een toplicht op ten minste 5 m, zoals elk groot motorschip.
CRood boven wit in de masttop, boordlichten en een heklicht.
DAlleen wit boven rood in de masttop; een loodsboot voert geen boordlichten.
Antwoord en uitleg
Goed is A: Wit boven rood in de masttop, boordlichten en een heklicht; een toplicht is voor haar niet voorgeschreven.
Een schip dat loodsdienst uitoefent voert als bijkomende tekens 's nachts een wit en een rood rondom schijnend licht in een verticale lijn, het bovenste wit, aan of nabij de top van de mast op het voorschip (artikel 3.36). Daarnaast voert het de lichten van een motorschip, maar het toplicht van artikel 3.08, eerste lid, onder a, is op een loodsboot niet van toepassing (artikel 3.08, zesde lid); boordlichten en heklicht blijven. Rood boven wit is het teken voor bescherming tegen waterbeweging of van een vissersschip zonder treil.