Begrippen en algemene bepalingen: oefenvragen voor het Klein Vaarbewijs 1
12 oefenvragen over begrippen en algemene bepalingen, met het antwoord, de uitleg en de bron. In de app oefent u alle 32 vragen van dit onderwerp en maakt u proefexamens.
Vraag 1 van 12kvb1-B-0012
Uw motor is uitgevallen en u drijft met de stroom mee. U ligt niet voor anker en niet gemeerd. Bent u volgens het BPR varend of stilliggend?
AStilliggend, omdat het schip zonder voortstuwing niet meer vaart.
BVarend: u ligt niet ten anker, niet gemeerd en u bent niet vastgevaren.
CStilliggend zodra u langer dan 5 minuten geen vaart meer loopt.
Antwoord en uitleg
Goed is B: Varend: u ligt niet ten anker, niet gemeerd en u bent niet vastgevaren.
Varend is elk schip dat noch ten anker of gemeerd ligt, noch is vastgevaren (BPR artikel 1.01, onderdeel m). Of het schip vaart loopt of een werkende motor heeft, doet er niet toe. Een drijvend schip is dus varend en moet zich ook zo gedragen, bijvoorbeeld in de lichten die het voert.
Door een regel van het BPR strikt te volgen zou u recht op een plotseling opdoemend drijvend voorwerp varen. Wat schrijft het reglement voor?
AU moet de regel volgen; afwijken van het reglement is nooit toegestaan, ook niet bij gevaar.
BU mag afwijken, maar alleen na toestemming van de bevoegde autoriteit of de verkeersleiding.
CU moet volgens goed zeemanschap afwijken, voor zover de omstandigheden dat vereisen.
DU mag afwijken, maar alleen als de andere schepen in de buurt daarmee instemmen.
Antwoord en uitleg
Goed is C: U moet volgens goed zeemanschap afwijken, voor zover de omstandigheden dat vereisen.
In het belang van de veiligheid of de goede orde van de scheepvaart moet de schipper, voor zover de bijzondere omstandigheden dat vereisen, volgens goed zeemanschap afwijken van de bepalingen van het reglement (BPR artikel 1.05). Het is een plicht, en er is geen toestemming voor nodig.
U wilt een kapotte stalen ankerketting van 30 kg kwijt en overweegt die midden in de vaargeul overboord te zetten. Wat zegt het BPR?
ADat mag, zolang de ketting zinkt en niet blijft drijven, want op de bodem hindert hij de scheepvaart niet.
BDat mag, als u het daarna onverwijld meldt bij de dichtstbijzijnde bevoegde autoriteit en de plaats opgeeft.
CDat is verboden; u mag geen voorwerpen overboord zetten die de scheepvaart in gevaar kunnen brengen.
Antwoord en uitleg
Goed is C: Dat is verboden; u mag geen voorwerpen overboord zetten die de scheepvaart in gevaar kunnen brengen.
Het is verboden van een schip af voorwerpen of stoffen die de veiligheid van de scheepvaart in gevaar kunnen brengen te water te doen geraken (BPR artikel 1.15, eerste lid). Raken zulke voorwerpen bij ongeluk te water, dan moet de schipper dat onverwijld melden bij de dichtstbijzijnde bevoegde autoriteit, met de aard en de plaats (tweede lid).
Een opvarende weigert zijn reddingsvest aan te trekken, terwijl u dat als schipper voor de veiligheid opdraagt. Wat zegt het BPR?
AIeder aan boord moet de aanwijzingen van de schipper voor de veiligheid opvolgen.
BAlleen bemanningsleden hoeven aanwijzingen op te volgen, gasten mogen zelf beslissen.
CDe schipper mag alleen aan de bemanning aanwijzingen geven; gasten vallen buiten zijn gezag.
Antwoord en uitleg
Goed is A: Ieder aan boord moet de aanwijzingen van de schipper voor de veiligheid opvolgen.
Ieder ander die zich aan boord bevindt, moet de aanwijzingen opvolgen die de schipper geeft in het belang van de veiligheid van de scheepvaart of de goede orde aan boord (BPR artikel 1.03, tweede lid). Bemanningsleden moeten bovendien ook zonder aanwijzing meewerken aan de naleving van het reglement (eerste lid).
U zeilt op een meer en laat de motor meedraaien om eerder thuis te zijn. Welke regels gelden nu voor uw schip?
ADie voor een zeilschip, omdat de zeilen nog staan.
BDie voor een motorschip, omdat u zeil en motor tegelijk gebruikt.
CDie voor een zeilschip, zolang de motor minder dan de helft van de vaart levert.
DDie van beide; u kiest zelf welke u toepast.
Antwoord en uitleg
Goed is B: Die voor een motorschip, omdat u zeil en motor tegelijk gebruikt.
Een schip dat onder zeil vaart en tegelijk zijn mechanische middelen tot voortbeweging gebruikt, is een motorschip (BPR artikel 1.01, onderdeel b.1). Hoeveel de motor bijdraagt aan de vaart speelt geen rol.
AVanaf het moment dat het donker genoeg is om lichten nodig te hebben.
BVanaf 22:00 uur tot 06:00 uur.
CVanaf een half uur na zonsondergang tot een half uur voor zonsopgang.
DVanaf zonsondergang tot zonsopgang.
Antwoord en uitleg
Goed is D: Vanaf zonsondergang tot zonsopgang.
Des nachts is de tijd tussen zonsondergang en zonsopgang; des daags de tijd tussen zonsopgang en zonsondergang (BPR artikel 1.01, onderdelen n en o). Kloktijden of de schemering spelen geen rol.
Een motorbootje vaart met een werphengel aan boord. Is het daarmee volgens het BPR een vissersschip?
AJa, elk schip van waaraf wordt gevist, met een hengel of met een net, is een vissersschip.
BJa, zodra de hengel in het water hangt en u de motor hebt uitgeschakeld om te vissen.
CNee, alleen een schip met vistuig dat de manoeuvreerbaarheid beperkt, is een vissersschip.
Antwoord en uitleg
Goed is C: Nee, alleen een schip met vistuig dat de manoeuvreerbaarheid beperkt, is een vissersschip.
Een vissersschip is een schip dat vist met netten, lijnen, sleepnetten of ander vistuig dat de manoeuvreerbaarheid beperkt (BPR artikel 1.01, onderdeel g). Een hengelaar in een sloep kan gewoon manoeuvreren en is dus geen vissersschip.
Uw kajuitjacht ligt drie weken onbemand gemeerd in een jachthaven. Wie is in die periode verantwoordelijk voor de naleving van de regels die voor een stilliggend schip gelden?
ADe havenmeester, omdat het schip in zijn haven ligt.
BDe exploitant, dus bijvoorbeeld u als eigenaar.
CNiemand; een schip zonder schipper valt buiten het reglement.
DDe laatste persoon die het schip gevoerd heeft, ook als hij geen eigenaar is.
Antwoord en uitleg
Goed is B: De exploitant, dus bijvoorbeeld u als eigenaar.
Heeft een stilliggend schip geen schipper, dan is de exploitant verantwoordelijk voor de naleving van een reeks artikelen, onder meer over lichten en ligplaats (BPR artikel 1.02, vierde lid). Exploitant is de eigenaar, de rompbevrachter of ieder ander die de zeggenschap heeft over het gebruik van het schip (artikel 1.01, onderdeel aa).
U vaart weg van uw ankerplaats en laat het anker een meter onder de boeg hangen om straks snel weer te kunnen ankeren. Is dat toegestaan?
AJa, zolang het anker het water niet raakt en de kabel strak staat.
BJa, een klein schip mag het anker vrij laten hangen als het langzaam vaart.
CNee, een anker dat niet wordt gebruikt moet geheel worden voorgehaald.
Antwoord en uitleg
Goed is C: Nee, een anker dat niet wordt gebruikt moet geheel worden voorgehaald.
Een schip moet een anker waarvan geen gebruik wordt gemaakt geheel voorhalen (BPR artikel 1.12, tweede lid). Ook mogen er geen voorwerpen buiten boord uitsteken die hinder of gevaar voor de scheepvaart of schade aan andere schepen of kunstwerken kunnen veroorzaken (eerste lid).
U vaart met uw speedboot op een plas waar snel varen is toegestaan. Het dodemanskoord bungelt los naast het dashboard. Is dat in orde?
ANee, de bestuurder moet het dodemanskoord tijdens het varen altijd gebruiken.
BJa, het koord hoeft alleen vast als u harder vaart dan 20 km/h op open water.
CJa, het koord is alleen verplicht bij wedstrijden en bij het waterskiën.
DNee, maar alleen als er passagiers aan boord zijn die u moet beschermen.
Antwoord en uitleg
Goed is A: Nee, de bestuurder moet het dodemanskoord tijdens het varen altijd gebruiken.
De bestuurder van een snelle motorboot moet tijdens het varen te allen tijde gebruik maken van de inrichting die de voortstuwing stopt als de besturing wordt onderbroken, en moet daarbij op de voor hem bestemde zitplaats zitten (BPR artikel 8.04, eerste lid, onder a en b). Dit geldt los van de gevaren snelheid en van het aantal opvarenden.
Uw speedboot haalt 45 km/h, maar u vaart de hele dag rustig 8 km/h over een kanaal. Welke uitspraak is juist?
AHet is nu een gewoon klein motorschip, omdat u op dat moment langzaam vaart.
BHet blijft een snelle motorboot; de regels daarvoor gelden dus ook nu.
CHet is pas een snelle motorboot zodra u daadwerkelijk harder gaat dan 20 km/h.
Antwoord en uitleg
Goed is B: Het blijft een snelle motorboot; de regels daarvoor gelden dus ook nu.
De definitie kijkt naar wat het schip kan, niet naar de gevaren snelheid (BPR artikel 1.01, onderdeel x). Een boot die 45 km/h kan halen is dus altijd een snelle motorboot, met alle verplichtingen van dien, ook bij 8 km/h.
Een windsurfer kruist voor u het vaarwater. Hoe ziet het BPR een zeilplank?
AAls een zwemmer of watersporter zonder schip, omdat de surfer zelf in het water staat en niet in een boot zit.
BAls een klein schip met een vrij bewegend zeiltuig op een in alle richtingen draaibare mastvoet.
CAls een drijvend voorwerp zonder eigen voortstuwing, net als een vlot, een ponton of een verlaten boei.
Antwoord en uitleg
Goed is B: Als een klein schip met een vrij bewegend zeiltuig op een in alle richtingen draaibare mastvoet.
Een zeilplank is in het BPR een klein schip, voorzien van een vrij bewegende zeiltuigage op een in alle richtingen draaibare mastvoet, die tijdens het zeilen niet in een vaste positie wordt ondersteund (BPR artikel 1.01, onderdeel ij). Een surfer is dus geen zwemmer maar een schip, met eigen regels in het reglement.