Motor, techniek en manoeuvreren: oefenvragen voor het Klein Vaarbewijs 1
12 oefenvragen over motor, techniek en manoeuvreren, met het antwoord, de uitleg en de bron. In de app oefent u alle 53 vragen van dit onderwerp en maakt u proefexamens.
Vraag 1 van 12kvb1-I-0038
Op een rivier staat een sterke stroom tegen een matige wind in. Waarop richt u zich bij het aanleggen met een motorboot?
AOp de wind: die is bij elke manoeuvre bepalend, ook als de stroom veel sterker is.
BOp geen van beide: u nadert dwars, zodat wind en stroom elkaar opheffen en u rustig blijft.
COp de stroom: die heeft op een motorboot de meeste invloed, dus u nadert met de kop tegen de stroom in.
Antwoord en uitleg
Goed is C: Op de stroom: die heeft op een motorboot de meeste invloed, dus u nadert met de kop tegen de stroom in.
U legt aan tegen de sterkste invloed in. Op een motorboot grijpt de stroom aan op het hele onderwaterschip, terwijl een matige wind alleen op de romp boven water werkt; de stroom wint dus. Alleen bij zwakke stroom en harde wind, of bij een schip met veel bovenbouw, kan de wind de doorslag geven.
Bron: Vaarpraktijk pleziervaart, Manoeuvreren: aanleggen tegen de sterkste invloed in
Vraag 2 van 12kvb1-I-0019
Uw dieselmotor is gestopt doordat de tank leeg raakte. Na het bijvullen slaat hij niet meer aan. Wat is de meest waarschijnlijke oorzaak?
ADe uitlaat is tijdens het stilliggen volgelopen met koelwater en moet eerst worden leeggemaakt.
BEr zit lucht in het brandstofsysteem; het moet bij filter en pomp worden ontlucht.
CDe diesel is te koud en moet eerst op temperatuur komen voordat hij aanslaat.
Antwoord en uitleg
Goed is B: Er zit lucht in het brandstofsysteem; het moet bij filter en pomp worden ontlucht.
Een leeggezogen dieselleiding bevat lucht, en de brandstofpomp van veel motoren krijgt die er niet zelf uit. Ontluchten bij filter en pomp volgens het instructieboekje is dan nodig. Sommige moderne motoren ontluchten zichzelf, maar lucht in het systeem is de eerste verdachte.
In de bilge van uw boot staat een laag water. Waarom vermindert dat de stabiliteit?
AHet water maakt het schip lichter, waardoor het hoger op het water ligt en minder diep steekt.
BHet water stroomt bij helling naar de lage kant en versterkt zo de helling van het schip.
CHet water verlaagt het zwaartepunt en maakt het schip juist stijver, zolang u de bilge niet leegpompt.
Antwoord en uitleg
Goed is B: Het water stroomt bij helling naar de lage kant en versterkt zo de helling van het schip.
Water dat vrij kan bewegen, loopt bij elke helling naar de lage zijde en verplaatst zo het zwaartepunt naar die kant. Daardoor richt het schip zich minder goed op. Pomp de bilge droog en houd tanks liefst vol of leeg.
Bron: Vaarpraktijk pleziervaart, Trim en stabiliteit: vrij vloeistofoppervlak
Vraag 4 van 12kvb1-I-0025
Waarom heeft een boot met buitenboordmotor of hekaandrijving veel minder last van het schroefeffect dan een boot met vaste schroefas en roer?
AZulke schroeven draaien altijd linksom en hebben daardoor geen zijwaartse kracht, ook niet bij het achteruitslaan.
BDe schroef zit zo diep onder water dat de zijwaartse kracht wegvalt, ook als u achteruit slaat.
CDe schroef draait met de besturing mee, zodat de stuwkracht in de gewenste richting wijst, ook achteruit.
Antwoord en uitleg
Goed is C: De schroef draait met de besturing mee, zodat de stuwkracht in de gewenste richting wijst, ook achteruit.
Bij een buitenboordmotor of hekaandrijving stuurt u met de schroef zelf: de stuwkracht wijst waar u heen wilt, ook bij achteruitslaan. Het kleine zijwaartse effect wordt daardoor ongemerkt gecorrigeerd. Draairichting en diepte veranderen daar niets aan.
Bron: Vaarpraktijk pleziervaart, Manoeuvreren: sturen met gerichte stuwkracht
Vraag 5 van 12kvb1-I-0026
Met een schip met een rechtsdraaiende schroef en een roer wilt u op een smal kanaal in zo weinig mogelijk ruimte keren. Over welke boeg draait u bij voorkeur?
ADat maakt niet uit; zodra het roer wordt gebruikt valt het schroefeffect weg, ook bij achteruitslaan.
BOver stuurboord: bij achteruitslaan loopt het achterschip naar bakboord, zodat het schip blijft doordraaien.
COver bakboord: bij achteruitslaan duwt het schroefeffect het achterschip dan naar stuurboord en draait u sneller.
Antwoord en uitleg
Goed is B: Over stuurboord: bij achteruitslaan loopt het achterschip naar bakboord, zodat het schip blijft doordraaien.
Bij het keren wisselt u korte stoten vooruit (roer stuurboord) en achteruit af. Bij een rechtsdraaiende schroef loopt het achterschip bij achteruitslaan naar bakboord, waardoor de kop verder naar stuurboord draait. Over stuurboord werken roer en schroefeffect dus samen; over bakboord werkt het effect tegen.
Bron: Vaarpraktijk pleziervaart, Manoeuvreren: keren in beperkte ruimte met schroefeffect
Vraag 6 van 12kvb1-I-0002
U vaart met een motorboot met binnenboorddieselmotor. Welke controle hoort bij de dagelijkse controle voordat u de motor start?
ADe accu, door de startmotor enkele seconden te laten draaien met de brandstofkraan dicht.
BAlleen de brandstofvoorraad; de rest bewaakt de motor zelf met alarmen.
COliepeil, koelvloeistofpeil, V-snaar en de stand van de buitenwaterkraan.
Antwoord en uitleg
Goed is C: Oliepeil, koelvloeistofpeil, V-snaar en de stand van de buitenwaterkraan.
Voor het starten controleert u olie, koelvloeistof, V-snaar en of de buitenwaterkraan open staat; lekkage en de bilge horen daar ook bij. Alarmen melden een probleem pas als het al is ontstaan, en de startmotor droog laten draaien zegt niets over de toestand van de accu.
Bron: Vaarpraktijk pleziervaart, Motortechniek pleziervaart: dagelijkse controle voor vertrek
Vraag 7 van 12kvb1-I-0028
Uw motorboot met binnenboordmotor en roer ligt stil met de keerkoppeling in de neutraalstand. U draait het roer hard over. Wat gebeurt er?
AVrijwel niets: een roer werkt alleen als er water langs stroomt.
BHet schip draait langzaam op zijn plaats rond, omdat het roer water wegduwt.
CHet schip begint zijwaarts te verlijeren, omdat het roerblad als zeil werkt.
Antwoord en uitleg
Goed is A: Vrijwel niets: een roer werkt alleen als er water langs stroomt.
Een roer geeft alleen een stuurkracht als er water langs het roerblad stroomt, door vaart of door schroefwater. Stilliggend en zonder draaiende schroef gebeurt er dus niets.
Bron: Vaarpraktijk pleziervaart, Manoeuvreren: werking van het roer
Vraag 8 van 12kvb1-I-0032
U vaart een havenmond binnen waar schepen aan een laad- en losplaats liggen. Wat zegt het Binnenvaartpolitiereglement over uw snelheid?
AZo langzaam mogelijk varen, desnoods met de motor uit, zodat er geen golfslag ontstaat bij de kade.
BDe snelheid aanhouden; in een havenmond geldt geen regel over golfslag, alleen op open water.
CTijdig snelheid minderen om hinderlijke golfslag te voorkomen, maar niet onder de snelheid voor veilig sturen.
Antwoord en uitleg
Goed is C: Tijdig snelheid minderen om hinderlijke golfslag te voorkomen, maar niet onder de snelheid voor veilig sturen.
Artikel 6.20 BPR verplicht u uw snelheid zo te regelen dat hinderlijke waterbeweging wordt vermeden, en tijdig te vertragen voor een havenmond en bij schepen die geladen of gelost worden. De ondergrens is de snelheid die nodig is om veilig te sturen: een roer werkt alleen met vaart.
Tijdens het varen slaat uw motor met een schok af. U vermoedt een lijn in de schroef. Wat doet u?
AOpnieuw starten en krachtig achteruitslaan, zodat de lijn er vanzelf afdraait en de schroef vrijkomt.
BOp de resterende vaart doorvaren; de lijn slijt door op de draaiende schroefas.
CMotor en contact uit; pas daarna de schroef bekijken en zo nodig met een haak vrijmaken.
Antwoord en uitleg
Goed is C: Motor en contact uit; pas daarna de schroef bekijken en zo nodig met een haak vrijmaken.
Bij een lijn in de schroef zet u de motor en het contact uit voordat iemand in de buurt van de schroef komt; een onverwacht aanslaande motor is levensgevaarlijk. Achteruitslaan draait de lijn meestal alleen maar strakker en kan de keerkoppeling of de asafdichting beschadigen.
Bron: Vaarpraktijk pleziervaart, Vaarpraktijk: lijn in de schroef
Vraag 10 van 12kvb1-I-0017
U vult de losse benzinetank van uw buitenboordmotor. Waar en hoe doet u dat bij voorkeur?
AIn de kuip, zodat gemorste benzine in de bilge wordt opgevangen en niet vervuilt.
BTijdens het varen, zodat de motor niet hoeft te stoppen en u geen tijd verliest.
COp de steiger, buiten de boot; gemorste benzine direct opnemen en de dop goed sluiten.
Antwoord en uitleg
Goed is C: Op de steiger, buiten de boot; gemorste benzine direct opnemen en de dop goed sluiten.
Een losse tank vult u buiten de boot: gemorste benzine komt dan niet in de bilge, waar de damp blijft hangen. Daarna sluit u de dop en maakt u alles droog voordat de tank weer aan boord gaat.
Bron: Vaarpraktijk pleziervaart, Brandstofveiligheid pleziervaart: losse tanks en jerrycans
Vraag 11 van 12kvb1-I-0007
Na het starten van uw buitenboordmotor komt er geen controlestraaltje koelwater uit de motor. Wat is verstandig?
AFlink gas geven; de waterpomp komt dan vanzelf op gang en het koelwater volgt snel.
BDoorvaren; een buitenboordmotor wordt onderweg door de rijwind gekoeld en heeft het controlestraaltje niet nodig.
CMotor uitzetten en de koelwaterinlaat en de impeller controleren; zonder koelwater loopt hij snel heet.
Antwoord en uitleg
Goed is C: Motor uitzetten en de koelwaterinlaat en de impeller controleren; zonder koelwater loopt hij snel heet.
Het controlestraaltje laat zien dat de waterpomp buitenwater door de motor pompt. Blijft het uit, dan is de inlaat verstopt (zand, wier, plastic) of de impeller defect; doorvaren leidt binnen korte tijd tot oververhitting. Een buitenboordmotor is watergekoeld, niet luchtgekoeld.
Welk lijnmateriaal is het meest geschikt als meerlijn, en waarom?
ANylon (polyamide): het rekt en vangt zo de rukken van wind en golfslag op.
BStaaldraad: het rekt niet en houdt het schip strak op zijn plaats.
CPolypropyleen: het drijft, zodat de lijn niet in de schroef kan komen.
Antwoord en uitleg
Goed is A: Nylon (polyamide): het rekt en vangt zo de rukken van wind en golfslag op.
Een meerlijn moet schokken opvangen; nylon rekt en is sterk, zodat klampen en bolders niet worden losgetrokken. Polypropyleen drijft wel, maar is zwak, slijt snel en kan in de zon vergaan. Staaldraad geeft harde rukken en beschadigt het schip.