Examengids

Klein Vaarbewijs 1 (KVB1): het examen, de stof en oefenvragen

Het Klein Vaarbewijs 1 (KVB1) is het vaarbewijs voor rivieren, kanalen en meren. U heeft het nodig voor een pleziervaartuig van 15 tot 25 meter, en voor een boot korter dan 15 meter die op eigen motor sneller kan dan 20 km/h.

U haalt het met één theorie-examen bij het CBR: 40 meerkeuzevragen in maximaal 60 minuten, geslaagd vanaf 56 van de 80 punten. Er is geen praktijkexamen.

Oefen gratis in de vorm van het echte examen: twee proefexamens en tien vragen per onderwerp, met uitleg en bron bij elke vraag. Geen account nodig.

Oefen voor het KVB1

Wanneer heeft u een Klein Vaarbewijs 1 nodig?

Twee grenzen bepalen of u een vaarbewijs nodig heeft (Binnenvaartbesluit artikel 16):

  • De boot is 15 meter of langer. Een pleziervaartuig van 15 tot 25 meter vraagt een klein vaarbewijs, ook als het langzaam vaart en ook als het een zeilboot is.
  • De boot is korter dan 15 meter, maar kan op eigen motor sneller dan 20 km/h ten opzichte van het water. Het gaat om wat de boot kan, niet om hoe hard u op dat moment vaart.

Een boot die alleen op spierkracht vaart, zoals een kano of roeiboot, vraagt nooit een vaarbewijs (Binnenvaartbesluit artikel 17). Vanaf 25 meter heeft u een groot pleziervaartbewijs nodig.

Met het Klein Vaarbewijs 1 vaart u op alle binnenwateren behalve de wateren van maritieme aard: de Westerschelde, de Oosterschelde, de Waddenzee, de Eems, de Dollard, het IJsselmeer, het IJmeer en het Markermeer (Binnenvaartregeling artikel 7.11b). Daar heeft u het Klein Vaarbewijs 2 nodig. De grote rivieren, zoals de Waal, de Maas en de IJssel, en meren als de Friese meren, de Loosdrechtse Plassen, de Grevelingen en het Veerse Meer vallen onder het Klein Vaarbewijs 1, net als de Gouwzee.

Regel vaarbewijs vanaf 18 jaar; een klein vaarbewijs is onbeperkt geldig, tenzij er een medische beperking op staat.

Alle regels met voorbeelden leest u gratis in het leerboek: hoofdstuk 1, Wet en vaarbewijs.

Hoe gaat het examen?

U maakt het examen op een computer bij een examencentrum van het CBR, in maximaal 60 minuten. Zolang de tijd loopt, kunt u terug naar eerdere vragen en uw antwoorden aanpassen.

Neem een geldig identiteitsbewijs en de bevestiging van uw reservering mee. Het CBR geeft u een rekenmachine, kladpapier en een pen. De uitslag ziet u meteen op het scherm en krijgt u ook per e-mail. Een gehaalde uitslag blijft altijd geldig.

De toetsmatrijs: waar de punten zitten

Het examen volgt de toetsmatrijs van het CBR: één vraag per toetsterm, in een vaste volgorde, elk met een eigen aantal punten. Per onderdeel:

OnderdeelVragenPunten
Wettelijke bepalingen1835
Motor en veiligheid512
Waterwegen en weer916
Varen en manoeuvreren817
Totaal4080

Omdat de vragen niet even zwaar tellen, zegt het aantal goede antwoorden alleen niet of u slaagt. Met 24 goede antwoorden kunt u slagen, met 31 goede antwoorden kunt u zakken: het hangt af van welke vragen u mist. De proefexamens in Slagen tellen de punten op dezelfde manier.

Wat moet u kennen?

Slagen verdeelt de stof in 10 onderwerpen. Per onderwerp staan 12 voorbeeldvragen met antwoord en uitleg op een eigen pagina; in de app oefent u alle vragen.

Voorbeeldvragen

Vraag 1 van 3kvb1-C-0043

Een motorvrachtschip van 80 meter wordt op een kanaal opgelopen door een speedboot van 6 meter. Moet het vrachtschip het voorbijlopen vergemakkelijken?

  1. ANee, die plicht geldt niet voor een groot schip dat door een klein schip wordt opgelopen.
  2. BJa, maar alleen als de speedboot eerst twee lange en twee korte stoten heeft gegeven.
  3. CJa, elk opgelopen schip moet vaart minderen, ook een groot schip dat door een klein schip wordt opgelopen.
Antwoord en uitleg

Goed is A: Nee, die plicht geldt niet voor een groot schip dat door een klein schip wordt opgelopen.

De plicht om het voorbijlopen te vergemakkelijken geldt niet voor een schip dat geen klein schip is en dat door een klein schip wordt opgelopen (BPR artikel 6.09, tweede lid, laatste volzin). De speedboot moet zelf zorgen dat het veilig kan.

Bron: Binnenvaartpolitiereglement, artikel 6.09, tweede lid

Vraag 2 van 3kvb1-D-0038

U zeilt 's nachts met een open zeilbootje van 6 m en voert alleen een wit rondom schijnend licht. Een motorschip nadert en er dreigt gevaar voor aanvaring. Wat moet u doen?

  1. AEen tweede wit gewoon licht tonen om de aandacht te trekken.
  2. BHet witte licht doven en de boordlichten aanzetten.
  3. CNiets; het witte rondom schijnende licht is voldoende.
  4. DEen rood licht heen en weer zwaaien.
Antwoord en uitleg

Goed is A: Een tweede wit gewoon licht tonen om de aandacht te trekken.

Artikel 3.13, vijfde lid, derde streepje: een klein zeilschip korter dan 7 m mag een wit gewoon rondom schijnend licht voeren, maar moet bij het naderen van een ander schip bij gevaar voor aanvaring bovendien een tweede wit gewoon licht tonen om de aandacht te trekken.

Bron: Binnenvaartpolitiereglement, artikel 3.13, vijfde lid

Vraag 3 van 3kvb1-F-0079

Bij een splitsing ligt een bolvormige ton die rood is aan de bovenkant en groen aan de onderkant, met een rode cilinder als topteken en bij nacht een rood flikkerlicht. Wat zegt deze ton over het hoofdvaarwater?

  1. ABeide vaarwaters zijn van gelijk belang; de ton markeert hun scheiding.
  2. BHet hoofdvaarwater ligt rechts; de ton toont onderaan de kleur van het hoofdvaarwater.
  3. CDe ton markeert een gevaar in het midden van de splitsing en moet worden omvaren.
  4. DHet hoofdvaarwater ligt links, van boven naar beneden gerekend.
Antwoord en uitleg

Goed is D: Het hoofdvaarwater ligt links, van boven naar beneden gerekend.

Bijlage 8 onderdeel 2.1.3 onder b: hoofdvaarwater links, van boven naar beneden gerekend: bolvormige ton, rood boven en groen onder, topteken rode cilinder (op een sparboei of baken ook een rode bol), rood flikkerlicht. Groen boven rood met groene kegel en groen flikkerlicht (onder c) betekent hoofdvaarwater rechts.

Bron: Binnenvaartpolitiereglement, bijlage 8, onderdeel 2.1.3 onder b en c

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het examen Klein Vaarbewijs 1?

40 meerkeuzevragen in maximaal 60 minuten. Elke vraag telt 1, 2 of 3 punten, samen 80. U bent geslaagd vanaf 56 punten, dat is 70%.

Hoeveel vragen mag ik fout hebben bij het KVB1-examen?

Dat hangt af van welke vragen u fout heeft, want de vragen tellen 1, 2 of 3 punten. Wie de zware vragen goed heeft, slaagt al met 24 goede antwoorden. Wie juist die mist, kan met 31 goede antwoorden nog zakken.

Moet ik voor het Klein Vaarbewijs 1 ook een praktijkexamen doen?

Nee. Voor het Klein Vaarbewijs 1 doet u alleen een theorie-examen.

Wat is het verschil tussen Klein Vaarbewijs 1 en 2?

Met het Klein Vaarbewijs 1 vaart u op rivieren, kanalen en meren. Het Klein Vaarbewijs 2 geldt ook op de Westerschelde, de Oosterschelde, de Waddenzee, de Eems, de Dollard, het IJsselmeer, het IJmeer en het Markermeer. Voor het Klein Vaarbewijs 2 slaagt u voor twee examens, KVB1 en KVB2. U kunt ze bij het CBR samen reserveren en direct achter elkaar doen.

Heb ik een vaarbewijs nodig voor een sloep?

Alleen als de sloep 15 meter of langer is, of op eigen motor sneller kan dan 20 km/h. Kan hij dat niet, dan heeft u geen vaarbewijs nodig. Sturen mag dan vanaf 16 jaar, of vanaf 12 jaar in een open sloep korter dan 7 meter die hooguit 13 km/h kan (BPR artikel 1.09).

Vanaf welke leeftijd mag ik een boot besturen?

Een vaarbewijs krijgt u vanaf 18 jaar (Binnenvaartwet artikel 27), en een snelle motorboot sturen mag ook pas vanaf 18. Een gewone motorboot of een zeilboot van 7 meter of langer mag u vanaf 16 jaar sturen, een open motorbootje korter dan 7 meter dat hooguit 13 km/h kan vanaf 12 jaar (BPR artikel 1.09).

Hoe lang is het klein vaarbewijs geldig?

Onbeperkt, tenzij er een medische beperking op staat. Ook een vaarbewijs van vóór 1 juli 2014 dat nog een vervaldatum draagt, is onbeperkt geldig. Er is dus geen leeftijd waarop u het moet verlengen.

Zijn de vragen van Slagen echte examenvragen?

Nee. De vragen van het CBR-examen zijn niet openbaar. Slagen schrijft eigen oefenvragen op basis van de wetteksten, met AI, en laat elke vraag onafhankelijk nakijken voordat hij in de app komt. Bij elke vraag staan de uitleg en de bron. Slagen is niet verbonden aan het CBR.

Wat kost oefenen met Slagen?

Op slagen.eu oefent u gratis: twee proefexamens en tien vragen per onderwerp. Alle vragen en onbeperkt proefexamens komen in de app voor iPhone en Android, die binnenkort in de App Store en Google Play staat. Volledige toegang kost eenmalig € 19,99 voor Klein Vaarbewijs 1, of € 29,99 voor Klein Vaarbewijs 1 en 2, zonder abonnement en zonder account.

Klaar om te oefenen? Begin met een proefexamen: evenveel vragen, dezelfde tijd en dezelfde punten als het echte examen. Daarna ziet u per onderwerp wat u nog moet leren.

Doe een gratis proefexamen

Bronnen

Zie ook: Klein Vaarbewijs 2 (KVB2): het examen, de stof en oefenvragen.

Bijgewerkt op 26 oktober 2026. Vaarregels volgens het Binnenvaartpolitiereglement zoals dat geldt sinds 17 juni 2026. Slagen is niet verbonden aan het CBR. Ziet u een fout? Mail support@slagen.eu met het nummer van de vraag.