Verkeerstekens en betonning: oefenvragen voor het Klein Vaarbewijs 1
12 oefenvragen over verkeerstekens en betonning, met het antwoord, de uitleg en de bron. In de app oefent u alle 86 vragen van dit onderwerp en maakt u proefexamens.
Vraag 1 van 12kvb1-F-0079
Bij een splitsing ligt een bolvormige ton die rood is aan de bovenkant en groen aan de onderkant, met een rode cilinder als topteken en bij nacht een rood flikkerlicht. Wat zegt deze ton over het hoofdvaarwater?
ABeide vaarwaters zijn van gelijk belang; de ton markeert hun scheiding.
BHet hoofdvaarwater ligt rechts; de ton toont onderaan de kleur van het hoofdvaarwater.
CDe ton markeert een gevaar in het midden van de splitsing en moet worden omvaren.
DHet hoofdvaarwater ligt links, van boven naar beneden gerekend.
Antwoord en uitleg
Goed is D: Het hoofdvaarwater ligt links, van boven naar beneden gerekend.
Bijlage 8 onderdeel 2.1.3 onder b: hoofdvaarwater links, van boven naar beneden gerekend: bolvormige ton, rood boven en groen onder, topteken rode cilinder (op een sparboei of baken ook een rode bol), rood flikkerlicht. Groen boven rood met groene kegel en groen flikkerlicht (onder c) betekent hoofdvaarwater rechts.
Langs een kanaal staat een wit vierkant bord met een rode rand, een rode diagonale streep en twee zwarte pijlen naast elkaar die beide omhoog wijzen. Wat is hier verboden?
AKeren of stilliggen in dit vak.
BOntmoeten op tegengestelde koersen.
CVoorbijlopen (inhalen).
Antwoord en uitleg
Goed is C: Voorbijlopen (inhalen).
Dit is teken A.2 (bijlage 7): voorbijlopen verboden. Artikel 6.11 BPR verbiedt in een vak dat met A.2 is aangeduid elk voorbijlopen van een ander schip.
In een vak staat teken A.3 (voorbijlopen verboden voor samenstellen onderling). Een duwstel van 100 meter lang en 11 meter breed wil daar een ander samenstel voorbijlopen. Mag dat?
AJa; een van de samenstellen is een duwstel van ten hoogste 110 bij 12 meter.
BNee, het verbod geldt voor alle samenstellen, ongeacht hun lengte en breedte.
CAlleen als het andere samenstel via de marifoon toestemming geeft om voorbij te lopen.
Antwoord en uitleg
Goed is A: Ja; een van de samenstellen is een duwstel van ten hoogste 110 bij 12 meter.
Bijlage 7 teken A.3 en artikel 6.11 BPR: het verbod voor samenstellen onderling geldt niet wanneer een van beide een duwstel is waarvan lengte en breedte niet meer bedragen dan 110 m respectievelijk 12 m. Een duwstel van 100 bij 11 meter blijft daarbinnen.
U vaart bij nacht een haven in. Aan welke kant ziet u het rode vaste licht op de rood-wit horizontaal gestreepte, cilindervormige lichtopstand?
AAan bakboord, invarend gezien; aan stuurboord staat een groen-wit gestreepte opstand.
BAan stuurboord, invarend gezien; aan bakboord staat de groene opstand.
CIn het midden van de haveningang, als oriënteringslicht voor alle schepen.
DAan bakboord bij het uitvaren, aan stuurboord bij het invaren, steeds met wit licht.
Antwoord en uitleg
Goed is A: Aan bakboord, invarend gezien; aan stuurboord staat een groen-wit gestreepte opstand.
Bijlage 8 onderdeel 7.1: haveningangen worden, invarend gezien, gemarkeerd met aan bakboord een rood-wit horizontaal gestreepte cilindervormige lichtopstand met rood vast licht of rood flikkerlicht (7.1.1), en aan stuurboord een groen-wit horizontaal gestreepte kegelvormige lichtopstand met groen vast licht of groen flikkerlicht (7.1.2). Hier wordt bewust afgeweken van het beginsel van onderdeel 1.3.3 dat een vast licht als verkeersteken dient en een periodelicht het vaarwater markeert.
Vóór een onoverzichtelijke bocht staat een gebodsteken (wit vierkant bord, rode rand) met een zwarte gevulde cirkel. Wat moet u doen?
AStilhouden tot de bocht vrij is.
BEen geluidssein geven.
CBijzonder opletten.
DDe marifoon uitluisteren.
Antwoord en uitleg
Goed is B: Een geluidssein geven.
De zwarte cirkel is teken B.7 (bijlage 7): verplichting een geluidssein te geven. Een onderbord (bijkomend teken F.3) kan het sein noemen, bijvoorbeeld 'Geef een lange stoot'.
Op hetzelfde traject staan een aanbevelingsteken en een gebodsteken. Wat is het verschil in wat het BPR van u vraagt?
ABeide moet ik even strikt opvolgen, want het BPR maakt hier geen onderscheid.
BBeide zijn voor kleine schepen vrijblijvend, alleen grote schepen moeten gehoorzamen.
CHet gebod moet ik opvolgen; met de aanbeveling moet ik rekening houden.
DDe aanbeveling gaat voor, omdat die van de vaarwegbeheerder komt.
Antwoord en uitleg
Goed is C: Het gebod moet ik opvolgen; met de aanbeveling moet ik rekening houden.
Artikel 5.01 lid 1 BPR maakt onderscheid: gevolg geven aan een verbod of gebod, rekening houden met een aanbeveling, een inlichting of een markering van het vaarwater of van obstakels.
Een beweegbare brug toont twee rode vaste lichten boven elkaar. Wat betekent dit?
ADoorvaren verboden; de brug wordt bediend, wacht even.
BDoorvaren toegestaan voor schepen die eronderdoor passen.
CDoorvaren verboden, wordt aanstonds toegestaan.
DDoorvaren verboden; de brug wordt niet bediend.
Antwoord en uitleg
Goed is D: Doorvaren verboden; de brug wordt niet bediend.
Artikel 6.26 lid 4 onder a BPR en bijlage 7 onder G.2: twee rode vaste lichten boven elkaar (teken A.1) betekenen doorvaren verboden, de brug wordt niet bediend. Eén rood licht: doorvaren verboden, de brug wordt wel bediend. Bij sluizen gelden dezelfde combinaties (artikel 6.28a).
In een brede brugopening hangen twee gele ruiten, elk aan een kant van een deel van de opening; samen vormen zij teken D.2. Wat wordt u aanbevolen?
ADe brug alleen bij daglicht te passeren.
BAlleen tussen de twee borden te varen.
CUw snelheid te minderen tot 6 km/u onder de brug.
DDe opening voor tegenliggers vrij te laten.
Antwoord en uitleg
Goed is B: Alleen tussen de twee borden te varen.
Teken D.2 (bijlage 7) en artikel 6.24 lid 2 onder b BPR: aanbeveling in de doorvaartopening uitsluitend binnen de begrenzing van de twee borden te varen. Het verbiedende tegenstuk is A.10 met twee rood-wit-rode borden.
Langs het kanaal staat een verkeersteken dat een verbod bevat. Wat is volgens het BPR uw plicht?
AIk hoef er alleen rekening mee te houden.
BIk moet het teken opvolgen.
CHet geldt alleen voor grote schepen.
Antwoord en uitleg
Goed is B: Ik moet het teken opvolgen.
Artikel 5.01 lid 1 BPR: aan een verkeersteken dat een verbod of een gebod bevat moet ieder schip gevolg geven. Alleen bij een aanbeveling, een inlichting of een markering van het vaarwater volstaat rekening houden.
Onder een gebodsbord met een pijl (verplichte vaarrichting) hangt een onderbord met het symbool van een motorschip. Wat betekent het onderbord?
AMotorschepen zijn hier verboden.
BMotorschepen moeten een geluidssein geven.
CHet gebod geldt vanaf de eerstvolgende motorschip-steiger.
DHet gebod geldt alleen voor de categorie motorschepen.
Antwoord en uitleg
Goed is D: Het gebod geldt alleen voor de categorie motorschepen.
Bijkomend teken F.4 (bijlage 7): een bord onder het hoofdteken geeft de categorie aan waarvoor het hoofdteken geldt. De bijlage noemt als voorbeeld: verplichte vaarrichting, geldend voor motorschepen.
Een beweegbare brug toont twee groene vaste lichten boven elkaar. Wat betekent dit?
ADoorvaren toegestaan; de brug staat open en wordt niet bediend, let op tegenliggers.
BDoorvaren toegestaan, maar alleen voor grote schepen; kleine schepen wachten op een sein.
CDoorvaren toegestaan, maar de brug wordt zo dadelijk weer gesloten.
DDoorvaren verboden; de brug staat open maar is buiten bedrijf voor onderhoud.
Antwoord en uitleg
Goed is A: Doorvaren toegestaan; de brug staat open en wordt niet bediend, let op tegenliggers.
Artikel 6.26 lid 4 onder e BPR: twee groene vaste lichten boven elkaar (teken E.1, bijlage 7) betekenen doorvaren toegestaan, de brug staat open en wordt niet bediend; artikel 6.07 (engte) is dan van toepassing. Eén groen licht: doorvaren toegestaan bij een bediende brug.