Klein Vaarbewijs 1 · oefenvragen

Wet en vaarbewijs: oefenvragen voor het Klein Vaarbewijs 1

12 oefenvragen over wet en vaarbewijs, met het antwoord, de uitleg en de bron. In de app oefent u alle 40 vragen van dit onderwerp en maakt u proefexamens.

Eerst de uitleg lezen? Het hoofdstuk Wet en vaarbewijs uit het leerboek is gratis.

Vraag 1 van 12kvb1-A-0034

U wilt met uw boot ook in Duitsland en België varen en hebt daar een internationaal bewijs nodig. Wat kunt u als houder van een geldig klein vaarbewijs I aanvragen?

  1. AEen apart Duits vaarbewijs bij de Duitse autoriteiten.
  2. BEen groot vaarbewijs A.
  3. CHet ICC coastal.
  4. DHet gecombineerde klein vaarbewijs I / ICC inland.
Antwoord en uitleg

Goed is D: Het gecombineerde klein vaarbewijs I / ICC inland.

De instantie die het klein vaarbewijs afgeeft, verstrekt op aanvraag aan de houder van een geldig klein vaarbewijs I het gecombineerde klein vaarbewijs I / ICC inland (Binnenvaartregeling artikel 7.25). Het ICC coastal hoort bij het certificaat Theoretische Kustnavigatie.

Bron: Binnenvaartregeling, artikel 7.25

Vraag 2 van 12kvb1-A-0016

Welke wateren horen bij het ruime water waarvoor klein vaarbewijs II is vereist?

  1. AAlle wateren met getij, dus ook de Nieuwe Maas bij Rotterdam en de Noord bij Dordrecht.
  2. BWaddenzee, Eems, Dollard, IJsselmeer, Markermeer, IJmeer, Oosterschelde en Westerschelde.
  3. CAlle meren groter dan 10 vierkante kilometer, ook als ze ver van de kust liggen.
Antwoord en uitleg

Goed is B: Waddenzee, Eems, Dollard, IJsselmeer, Markermeer, IJmeer, Oosterschelde en Westerschelde.

Klein vaarbewijs II is nodig op de Waddenzee, Eems, Dollard, het IJsselmeer, Markermeer, IJmeer, de Oosterschelde en de Westerschelde. De oppervlakte van een meer of het getij op een rivier is niet het criterium (Binnenvaartbesluit, vaarbewijsplicht).

Bron: Binnenvaartbesluit, vaarbewijsplicht

Vraag 3 van 12kvb1-A-0033

Welke onderwerpen bevat het examen voor klein vaarbewijs I volgens de Binnenvaartregeling?

  1. AAlleen de vaarregels, de verkeerstekens, de lichten en dagtekens en de geluidsseinen.
  2. BAlleen koers- en plaatsbepaling, het gebruik van nautische bescheiden en de meteorologie voor de kust.
  3. COnder meer de wettelijke bepalingen, de behandeling van de voortstuwingswerktuigen en het varen en manoeuvreren.
Antwoord en uitleg

Goed is C: Onder meer de wettelijke bepalingen, de behandeling van de voortstuwingswerktuigen en het varen en manoeuvreren.

Het examen klein vaarbewijs I gaat over de wettelijke bepalingen voor de veiligheid op rivieren, kanalen en meren, de voortstuwingswerktuigen, de veiligheidsmaatregelen, de waterwegen, het vaarwater en elementaire meteorologie, en het varen en manoeuvreren (Binnenvaartregeling artikel 7.15, eerste lid). Koers- en plaatsbepaling hoort bij klein vaarbewijs II.

Bron: Binnenvaartregeling, artikel 7.15, eerste lid

Vraag 4 van 12kvb1-A-0031

Na uw huwelijk voert u een andere achternaam. Uw klein vaarbewijs is nog vier jaar geldig. Wat kunt u doen?

  1. AEen vaarbewijs met de gewijzigde gegevens aanvragen; de geldigheidsduur blijft gelijk en u levert het oude bewijs in.
  2. BNiets; door de naamswijziging is het vaarbewijs ongeldig en moet u opnieuw examen doen om te mogen blijven varen.
  3. CUw nieuwe naam zelf op het vaarbewijs bijschrijven en het bewijs verder gewoon blijven gebruiken tot het verloopt.
Antwoord en uitleg

Goed is A: Een vaarbewijs met de gewijzigde gegevens aanvragen; de geldigheidsduur blijft gelijk en u levert het oude bewijs in.

Bij naamswijziging kan, met behoud van de oorspronkelijke geldigheidsduur, een vaarbewijs met de gewijzigde gegevens worden afgegeven. U vraagt dat aan bij de afgevende instantie en levert het te vervangen vaarbewijs in (Binnenvaartregeling artikel 7.23). Dit kan ook nog tot een jaar na het verstrijken van de geldigheid.

Bron: Binnenvaartregeling, artikel 7.23

Vraag 5 van 12kvb1-A-0018

Hoe oud moet u volgens het BPR in het algemeen minimaal zijn om een schip te sturen (geen snelle motorboot)?

  1. A14 jaar.
  2. B16 jaar.
  3. C18 jaar.
Antwoord en uitleg

Goed is B: 16 jaar.

Een schip mag niet varen als het sturen niet wordt verricht door een daartoe bekwaam persoon van ten minste 16 jaar (BPR artikel 1.09, eerste lid). Voor een snelle motorboot geldt 18 jaar; voor enkele kleine schepen gelden uitzonderingen.

Bron: Binnenvaartpolitiereglement, artikel 1.09, eerste lid

Vraag 6 van 12kvb1-A-0006

U vaart met een waterscooter op de Maas. Hebt u daarvoor een klein vaarbewijs nodig?

  1. ANee, omdat een waterscooter korter is dan 15 meter en dus onder de grens blijft.
  2. BAlleen als u er met een passagier op vaart of een waterskiër achter u aan trekt.
  3. CNee, een waterscooter is geen schip in de zin van het reglement.
  4. DJa, een waterscooter is een snelle motorboot en daarvoor geldt de vaarbewijsplicht.
Antwoord en uitleg

Goed is D: Ja, een waterscooter is een snelle motorboot en daarvoor geldt de vaarbewijsplicht.

Het BPR omschrijft een waterscooter als een snelle motorboot die is gebouwd of ingericht om skiënd door of over het water te worden voortbewogen (BPR artikel 1.01). Voor een snelle motorboot is een klein vaarbewijs verplicht, ook al is hij korter dan 15 meter.

Bron: Binnenvaartpolitiereglement, artikel 1.01

Vraag 7 van 12kvb1-A-0048

U vaart met een motorjacht van 15 meter. Welk document moet u in elk geval aan boord hebben?

  1. AHet aankoopbewijs van het schip.
  2. BEen bewijs van verzekering.
  3. CUw vaarbewijs.
  4. DUw rijbewijs.
Antwoord en uitleg

Goed is C: Uw vaarbewijs.

Het vaarbewijs hoort bij de scheepsbescheiden die, voor zover ze wettelijk vereist zijn, aan boord aanwezig moeten zijn (BPR artikel 1.10, eerste lid, onder c). Voor een jacht van 15 meter is het vaarbewijs verplicht, dus het moet mee.

Bron: Binnenvaartpolitiereglement, artikel 1.10, eerste lid

Vraag 8 van 12kvb1-A-0036

Een Duitse vriend heeft een Duits vaarbewijs dat op de lijst van erkende buitenlandse bewijzen van vaarbekwaamheid in de Binnenvaartregeling staat. Mag hij daarmee zijn snelle motorboot op Nederlandse binnenwateren voeren?

  1. ANee; buitenlandse vaarbewijzen gelden nooit in Nederland, hij moet het klein vaarbewijs halen.
  2. BJa; de in bijlage 7.1 van de Binnenvaartregeling genoemde buitenlandse bewijzen worden erkend.
  3. CAlleen als een Nederlander met een klein vaarbewijs aan boord is.
Antwoord en uitleg

Goed is B: Ja; de in bijlage 7.1 van de Binnenvaartregeling genoemde buitenlandse bewijzen worden erkend.

De in bijlage 7.1 van de Binnenvaartregeling genoemde buitenlandse bewijzen van vaarbekwaamheid worden erkend (Binnenvaartregeling artikel 7.11). Met zo'n erkend bewijs mag hij varen alsof hij het overeenkomstige Nederlandse vaarbewijs heeft.

Bron: Binnenvaartregeling, artikel 7.11

Vraag 9 van 12kvb1-A-0020

Een jongen van 14 zeilt alleen in een Optimist van 2,3 meter op een plas. Geldt voor hem de leeftijdsgrens van 16 jaar uit het BPR?

  1. AJa, tenzij hij een jeugdvaarbewijs heeft of een volwassene aan boord is.
  2. BJa; voor elk schip onder zeil geldt een minimumleeftijd van 16 jaar uit het BPR.
  3. CNee; voor een klein zeilschip korter dan 7 meter geldt de leeftijdsbepaling niet.
Antwoord en uitleg

Goed is C: Nee; voor een klein zeilschip korter dan 7 meter geldt de leeftijdsbepaling niet.

De bepaling over de leeftijd geldt niet voor een klein zeilschip met een lengte van minder dan 7 meter en evenmin voor een klein door spierkracht voortbewogen schip (BPR artikel 1.09, tweede lid, onder b en c). Een jeugdvaarbewijs bestaat niet.

Bron: Binnenvaartpolitiereglement, artikel 1.09, tweede lid

Vraag 10 van 12kvb1-A-0044

Uw snelle motorboot heeft door zijn constructie geen plek voor letters van 150 mm hoog. Wat geldt dan voor het registratieteken?

  1. AU plaatst het teken in de normale maat op een los bordje aan de reling of de achterzijde.
  2. BU hoeft dan geen registratieteken te voeren, mits u het registratiebewijs aan boord hebt.
  3. CDe letters en het nummer mogen kleiner, maar ten minste 100 mm hoog, 60 mm breed en 15 mm dik.
Antwoord en uitleg

Goed is C: De letters en het nummer mogen kleiner, maar ten minste 100 mm hoog, 60 mm breed en 15 mm dik.

Een snelle motorboot die door zijn constructie niet aan de normale maten kan voldoen, voert letters en een nummer van ten minste 100 mm hoog, 60 mm breed en 15 mm stamdikte (BPR artikel 8.02, tweede lid). Het teken blijft verplicht en hoort op de huid van de boot.

Bron: Binnenvaartpolitiereglement, artikel 8.02, tweede lid

Vraag 11 van 12kvb1-A-0041

Wat moet u regelen voordat u met een nieuw gekochte snelle motorboot gaat varen?

  1. ADe boot door de waterpolitie laten keuren en het keuringsbewijs aan boord bewaren.
  2. BEen AIS-transponder laten inbouwen en die tijdens elke vaart ingeschakeld houden.
  3. CDe boot op naam van de eigenaar laten registreren en het registratieteken aanbrengen.
  4. DEen vlag met de naam van de thuishaven voeren en de boot laten inschrijven in het havenregister.
Antwoord en uitleg

Goed is C: De boot op naam van de eigenaar laten registreren en het registratieteken aanbrengen.

Een snelle motorboot moet op naam van de eigenaar zijn geregistreerd bij een door de minister aangewezen instelling, die een registratieteken toekent en een registratiebewijs afgeeft (BPR artikel 8.01, eerste lid). Zonder dat teken mag de boot niet aan de scheepvaart deelnemen (artikel 8.02).

Bron: Binnenvaartpolitiereglement, artikel 8.01

Vraag 12 van 12kvb1-A-0011

U hebt een klein vaarbewijs I. Mag u daarmee met uw snelle motorboot op het IJsselmeer varen?

  1. AJa; het IJsselmeer is een meer, en voor rivieren, kanalen en meren volstaat klein vaarbewijs I.
  2. BNee; het IJsselmeer hoort bij het ruime water en daarvoor is klein vaarbewijs II nodig.
  3. CJa, mits u alleen overdag en bij goed zicht op het IJsselmeer vaart.
Antwoord en uitleg

Goed is B: Nee; het IJsselmeer hoort bij het ruime water en daarvoor is klein vaarbewijs II nodig.

Het IJsselmeer telt niet als 'meer' in de zin van klein vaarbewijs I. Het hoort, net als het Markermeer, IJmeer, de Waddenzee, Eems, Dollard, Oosterschelde en Westerschelde, bij de wateren waarvoor klein vaarbewijs II (alle binnenwateren) nodig is (Binnenvaartbesluit, vaarbewijsplicht; Binnenvaartregeling artikel 7.1).

Bron: Binnenvaartbesluit, vaarbewijsplicht

Oefen dit onderwerp in de app: de vragen komen terug tot u ze goed heeft.

Oefen wet en vaarbewijs Doe een proefexamen

Andere onderwerpen

Meer over het examen: Klein Vaarbewijs 1 (KVB1): het examen, de stof en oefenvragen.

Bijgewerkt op 26 oktober 2026. Slagen is niet verbonden aan het CBR. Ziet u een fout? Mail support@slagen.eu met het nummer van de vraag.