Lichten en dagtekens: oefenvragen voor het Klein Vaarbewijs 1
12 oefenvragen over lichten en dagtekens, met het antwoord, de uitleg en de bron. In de app oefent u alle 66 vragen van dit onderwerp en maakt u proefexamens.
Vraag 1 van 12kvb1-D-0038
U zeilt 's nachts met een open zeilbootje van 6 m en voert alleen een wit rondom schijnend licht. Een motorschip nadert en er dreigt gevaar voor aanvaring. Wat moet u doen?
AEen tweede wit gewoon licht tonen om de aandacht te trekken.
BHet witte licht doven en de boordlichten aanzetten.
CNiets; het witte rondom schijnende licht is voldoende.
DEen rood licht heen en weer zwaaien.
Antwoord en uitleg
Goed is A: Een tweede wit gewoon licht tonen om de aandacht te trekken.
Artikel 3.13, vijfde lid, derde streepje: een klein zeilschip korter dan 7 m mag een wit gewoon rondom schijnend licht voeren, maar moet bij het naderen van een ander schip bij gevaar voor aanvaring bovendien een tweede wit gewoon licht tonen om de aandacht te trekken.
Vanaf welk moment moet een schip de lichten voeren die het BPR voor 's nachts voorschrijft?
AVan 22:00 uur tot 06:00 uur, ongeacht het tijdstip van zonsondergang en zonsopgang.
BAlleen op vaarwegen waar nachtvaart is toegestaan en alleen als er verkeer in de buurt is.
CZodra de oeververlichting aangaat en zolang die brandt.
DVan zonsondergang tot zonsopgang, en overdag zodra het zicht dat vereist.
Antwoord en uitleg
Goed is D: Van zonsondergang tot zonsopgang, en overdag zodra het zicht dat vereist.
Artikel 1.01 onder n: 's nachts is de tijd tussen zonsondergang en zonsopgang. Artikel 3.01, vierde lid, voegt daaraan toe dat de nachtlichten ook overdag moeten worden gevoerd wanneer het zicht dit vereist.
Welk optisch noodteken mag een schip in nood 's nachts tonen om hulp in te roepen?
AEen licht waarmee in het rond wordt gezwaaid, of een vuurpijl, lichtkogel of parachutelicht.
BHet toplicht laten knipperen, zodat andere schepen kunnen zien dat u in nood verkeert.
CEen blauw flikkerlicht, zoals een schip van toezichthoudende ambtenaren dat voert.
DTwee rode rondom schijnende lichten boven elkaar, van alle zijden zichtbaar.
Antwoord en uitleg
Goed is A: Een licht waarmee in het rond wordt gezwaaid, of een vuurpijl, lichtkogel of parachutelicht.
Artikel 3.30, eerste lid: 's nachts een licht waarmee in het rond wordt gezwaaid, of vuurpijlen, lichtkogels, parachutelichten, rookbommen of vlammen. Twee rode lichten boven elkaar betekenen onmanoeuvreerbaar (artikel 3.18), niet in nood.
Welk dagteken mag een schip tonen dat onmanoeuvreerbaar is geworden?
AEen gele bol op het voorschip, zodat andere schepen weten dat u hulp nodig hebt.
BEen zwarte kegel met de punt naar beneden, zo hoog mogelijk in het want of op de mast.
CEen rode vlag waarmee heen en weer wordt gezwaaid, of twee zwarte bollen.
DEen blauwe vlag met een witte letter L, aan of nabij de top van de mast op het voorschip.
Antwoord en uitleg
Goed is C: Een rode vlag waarmee heen en weer wordt gezwaaid, of twee zwarte bollen.
Artikel 3.18, eerste lid, onder c en d: overdag een rode vlag waarmee heen en weer wordt gezwaaid (de vlag mag een bord zijn), of twee zwarte bollen in een verticale lijn ongeveer 1 m uit elkaar. Deze tekens vervangen of vullen het geluidssein 'ik kan niet manoeuvreren' aan.
's Nachts ziet u een schip met een blauw rondom schijnend flikkerlicht. Wat is dit?
AEen niet-vrijvarende veerpont die de rivier oversteekt.
BEen schip dat werkzaamheden in of nabij het vaarwater uitvoert en daarvoor toestemming van de bevoegde autoriteit heeft.
CEen schip dat gevaarlijke stoffen vervoert en daarom een vast blauw licht voert.
DEen schip van toezichthoudende ambtenaren, of een brandweerboot die hulp biedt of daarheen op weg is.
Antwoord en uitleg
Goed is D: Een schip van toezichthoudende ambtenaren, of een brandweerboot die hulp biedt of daarheen op weg is.
Artikel 3.27: een schip van toezichthoudende ambtenaren mag als bijkomend teken een blauw gewoon rondom schijnend flikkerlicht tonen; hetzelfde geldt voor een brandweerboot die hulp biedt of daartoe op weg is. Gevaarlijke stoffen worden met vaste blauwe lichten aangegeven (artikel 3.14).
Wat is het verschil tussen het toplicht van een klein motorschip en dat van een groot motorschip?
AHet toplicht van een klein motorschip mag helder zijn in plaats van krachtig.
BEen klein motorschip voert het toplicht op het achterschip, hoger dan het heklicht.
CHet toplicht van een klein motorschip is geel, anders dan dat van een groot schip.
DEen klein motorschip voert twee toplichten boven elkaar, het bovenste op 5 m hoogte.
Antwoord en uitleg
Goed is A: Het toplicht van een klein motorschip mag helder zijn in plaats van krachtig.
Artikel 3.13, eerste lid, onder a: bij een klein motorschip moet het toplicht een helder licht zijn in plaats van een krachtig licht. Het blijft wit en staat in de lengte-as, ten minste 1 m hoger dan de boordlichten.
Uw motorboot van 10 m heeft boordlichten en, in plaats van een toplicht en een heklicht, een wit rondom schijnend licht. Is dit toegestaan?
AJa, een klein motorschip mag toplicht en heklicht vervangen door een wit rondom schijnend licht.
BNee, een toplicht en een heklicht zijn voor elk motorschip altijd verplicht, ook voor een klein motorschip.
CAlleen als de boot korter is dan 7 m en niet snel kan varen; voor langere boten is het niet toegestaan.
Antwoord en uitleg
Goed is A: Ja, een klein motorschip mag toplicht en heklicht vervangen door een wit rondom schijnend licht.
Artikel 3.13, eerste lid, onder c: in plaats van het heklicht en het toplicht mag een klein motorschip een wit rondom schijnend licht voeren. De boordlichten blijven verplicht.
Een gemeerd groot schip heeft 's nachts een anker uitstaan dat gevaar voor de scheepvaart kan opleveren. Hoe maakt het dit kenbaar?
AMet twee zwarte bollen boven elkaar en een zwarte boei met radarreflector op het anker.
BMet een geel flikkerlicht boven het stilliglicht en een gele vlag op het anker.
CMet een rood gewoon rondom schijnend licht ongeveer 1 m boven het stilliglicht, en een gele boei met radarreflector op het anker.
DMet een tweede wit gewoon rondom schijnend licht ongeveer 1 m onder het stilliglicht en een gele boei met radarreflector op het anker.
Antwoord en uitleg
Goed is D: Met een tweede wit gewoon rondom schijnend licht ongeveer 1 m onder het stilliglicht en een gele boei met radarreflector op het anker.
Artikel 3.26, eerste lid: een tweede wit gewoon rondom schijnend licht ongeveer 1 m loodrecht onder het stilliglicht, en bij twee stilliglichten onder het licht dat het dichtst bij het anker zit. Derde lid: het anker zelf wordt aangeduid met een gele boei met radarreflector.
Welke bijkomende lichten voert 's nachts een vissersschip dat een treil door het water sleept?
AEen rood rondom schijnend licht met daaronder een wit rondom schijnend licht, ten minste 1 m uit elkaar en boven de boordlichten.
BTwee rode rondom schijnende lichten boven elkaar, ten minste 1 m uit elkaar, en een heklicht.
CEen wit rondom schijnend licht met daarboven een geel rondom schijnend licht, ongeveer 1 m uit elkaar.
DEen groen rondom schijnend licht met daaronder een wit rondom schijnend licht, boven de boordlichten.
Antwoord en uitleg
Goed is D: Een groen rondom schijnend licht met daaronder een wit rondom schijnend licht, boven de boordlichten.
Artikel 3.37, eerste lid: een vissersschip dat een treil of ander vistuig voortsleept voert groen boven wit (rondom schijnend, ten minste 1 m uit elkaar, het onderste ten minste 2 m boven de boordlichten). Rood boven wit is het teken van een schip dat tegen hinderlijke waterbeweging beschermd wil worden (artikel 3.29).
Overdag ziet u een groot motorschip met een gele bol hoog op het voorschip. Wat betekent dit?
AHet schip ligt buiten de oever ten anker en geeft dat aan met een gele bol.
BHet motorschip wordt door een of meer motorschepen geassisteerd.
CHet schip vervoert brandbare stoffen en geeft dat aan met een gele bol.
DHet schip heeft een net of uitlegger uitstaan en wil dat kenbaar maken.
Antwoord en uitleg
Goed is B: Het motorschip wordt door een of meer motorschepen geassisteerd.
Artikel 3.08, derde lid: een motorschip dat wordt geassisteerd voert overdag een gele bol op het voorschip op ten minste 5 m hoogte. Een geankerd schip voert een zwarte bol (artikel 3.20), brandbare stoffen vragen een blauwe kegel (artikel 3.14).
Overdag ziet u een tankschip met een blauwe kegel met de punt naar beneden. Wat vervoert dit schip?
ANiets bijzonders; de kegel betekent dat het schip wordt geassisteerd.
BBepaalde voor de gezondheid schadelijke stoffen.
CBepaalde brandbare stoffen.
DOntplofbare stoffen.
Antwoord en uitleg
Goed is C: Bepaalde brandbare stoffen.
Artikel 3.14, eerste lid: een schip dat bepaalde brandbare stoffen vervoert voert overdag een blauwe kegel met de punt naar beneden en 's nachts een blauw licht. Twee kegels staan voor gezondheidsschadelijke stoffen, drie voor ontplofbare stoffen.
U wilt uw jacht tijdens een nachtelijke tocht versieren met rode en groene feestverlichting langs de reling. Mag dat?
AJa, zolang de navigatielichten ook branden en de feestverlichting niet naar voren schijnt.
BNee, verlichting die verwarring met de voorgeschreven tekens kan geven, is verboden.
CAlleen op een kanaal zonder beroepsvaart.
DJa, feestverlichting valt niet onder het reglement, want alleen navigatielichten zijn geregeld.
Antwoord en uitleg
Goed is B: Nee, verlichting die verwarring met de voorgeschreven tekens kan geven, is verboden.
Artikel 3.07, eerste lid: een schip mag geen lichten of andere voorwerpen zichtbaar maken die verwarring met de voorgeschreven tekens kunnen geven of de herkenning daarvan bemoeilijken. Rode en groene lampjes langs de reling doen precies dat.